communicatie, Vrouwen

Peis en vree

Het  kindeke ligt nog in de stal, wat na te puffen van al die wierrook en mirre waarmee hij verwend is. Den os en den ezel verwarmen elkaars hals door hun warme adem uit te blazen. Maria, verscheurd door barenspijn, door de onbenul van een impotente Jozef gedwongen om hoogzwanger een veel te lange tocht af te leggen, glimlacht devoot. “Het is nikske Jozeph, het doet al gene zeer ni meer.” Althans in de boekskes – of beter gezegd Het Boekske – de realiteit zal veel minder geweest zijn.

Laat de hypocriete Marie dan maar symbool zijn voor de valse glimlach van vandaag. De kassajuffrouw kijkt geërgerd op haar horloge. ‘Is’t nog geen zes uur, de Kevin komt mij halen…’  smekt ze tegen haar collega. “Of er nog Elseve Shampoo in voorraad is, de gele?” Ik herhaal mijn vraag met de glimlach, het is net kerst geweest nietwaar? En oud en nieuw met hun eeuwige goede voornemens gonzen nog na. Bovendien,  aan een kant doof zijn, dat moet  niet fijn zijn. Marina kauwt naarstig verder op haar kauwgom, gooit haar te lange oorbel  -vals zilver uiteraard – achter haar schouder en draait met haar domme ogen die bijna toevallen van de kilo smeersel die ze erop veegde.  “Als’t ni in’t rek sta, dan is’t er ni he” zucht ze en knalt de aankopen van de zenuwachtige jonge moeder uit het mandje op de toonbank. Voor ik de moderne drogist verlaat hoor ik Marina weer zuchten. ‘Ne zak, madam, da moede eerst vragen, niet nada ‘k al afrekende. Nu is’t te laat.”

De buggy inclusief schreiend kind voortduwend worstelt de moeder met de combinatie van handtas,sjaal en aangekochte spullen die ze angstvallig onder haar arm klemt. De flesjes badkamergeurtjes en de onhandige zak goedkope luiers leiden een eigen leven.  Ik wil haar te hulp snellen, zo Moeder Maria’s onder elkaar, wij verstaan mekaars leed, maar net op het ogenblik dat ik haar wil aanspreken en voorstellen haar een handje te helpen, dumpt ze alles op de grond en verkoopt ze haar huilende kind een pandoering van jewelste. Mijn gezicht spreekt vast boekdelen, dus ik draai me snel om. Moeders onder elkaar, toch niet altijd op dezelfde golflengte.

Wanneer ze voorbij snort in haar lichtgroene lancia, wuif ik even naar het kindje dat verborgen zit in een roze babystoel en achter een zonnescherm van Musti. Een zonnescherm? Het vriest! Het kind gaapt me onwezenlijk aan. He ja, een hand kan ook wuiven, ze dient niet alleen om klappen uit te delen. …de eenzaamheid overvalt me.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s