Uncategorized

Layla en Le Toubib

(geschreven voor http://keukenverhaaltjesforlife.wordpress.com/)

Alles begint bij het lichaam en alles eindigt bij het lichaam. Zo had Dufaux het geschreven in het eerste boek boek Djinn. Die zin was de enige zin die Layla nog door haar hoofd kon laten glijden toen ze uitgeteld op de stenen vloer lag. ‘Alles begint bij het lichaam en alles eindigt bij het lichaam…’ ze fluisterde om zichzelf te bewijzen dat ze leefde, voelde en nog kon nadenken.

Dufaux voerde haar avonden lang mee naar Zuiderse oorden, harems en politieke complotten met zijn prachtige tekeningen en intrigerende verhalen. Grijze slobbersokken aan de voeten, een kort zwart ponnetje, meer had ze niet om het lijf wanneer ze avond na avond onder de dons kroop om zichzelf te verliezen in de historie van sensuele vrouwelijkheid die Dufaux’s pen perfect contourde.

Dat haar eigen lijf, prijsgegeven, uitgeput, uitgestald, gebruikt en alleen gehuld in de gouden enkelband op deze stenen vloer van een Turkse harem lag, hield geen steek. Ze werd het slachtoffer van haar eigen fantasie en werd wakker in een wereld van ritten. Ritten van woord en gedachten, ritten van lichaam en verlangen, alleen maar omdat hij haar daartoe dwong. Hij was in haar leven gekomen, zomaar, als bij toeval en van dag een was ze verslingerd aan hem. Ze had hem verteld over de Djinn in zichzelf en hij had haar au serieus genomen, misschien wel meer dan ze verwachtte. Ze wilde hem dienen, onderdanig zijn. In totaal contrast met haar daadkracht, haar professionele drive en haar energie die bergen kon verzetten, was ze in zijn bijzijn roerloos stil en nederig.

Dertig mannen op een rij zou ze moeten afwerken om toegang tot de harem te krijgen. Pas dan was ze goed genoeg om – wanneer hij erom vroeg- op  haar knieën te zijgen en zijn goddelijk degen in haar mond te laten rusten. Hij zou het ritme bepalen, de diepte, de kadans. Dertig mannen en voor elk bevredigd lenden, ontving ze een parel om aan haar enkelband te haken. De twee Nubische prinsessen die haar van de vloer haalden droegen naast de enkelband – met minstens zestig parels – een doorschijnend doek, gedrapeerd over het gladde lichaam.

Ze had ze in het oog gehouden, deze twee zwarte gazellen, hoe ze elkaar met een pincet haar- en donsvrij plukten, hoe ze elkaar masseerden en wreven met olie om hun huid zo zacht te maken dat hij niet kon weerstaan. Layla verborg haar pijnlijke knieën onder haar handen, uit schaamte. Haar blanke breekbaarheid stak schril af tegen de brede zwarte heupen en de zware borsten van de Nubische schonen. De huid aan haar staartbeen, schouders, handpalmen en knieën vertoonde brand- en schaafwonden van de brute stoten waar minnaar na minnaar haar mee had genomen. ‘Geen genade’ had hij geoordeeld, ‘een plaats in mijn harem verdien je niet met genade.’ En layla had ondergaan, zoals hij het wou.

Le Toubib boog zich over haar naakte lijf. Hij hield een wenkbrauw omlaag geknepen om zijn monocle vast te houden. Zijn handen zweefden over haar pijnlijke huid. Hij tikte ritmisch met bosjes kruidenbladeren op haar schrale knieën en handen, draaide haar om en smeerde een groene smurie over haar geblutste stuit.

Layla ontspande zich, voelde de daadkracht van Le Toubib en gaf zich over. Layla begreep dat er geen plaats meer was voor illusie, deze pijn was echt. Daar waar ze grote golven van genot had gevoeld, brandde nu een hevige pijn. Haar fatale afglijden naar totale onderwerping aan hem en zijn masochisme gaven haar de kracht om zichzelf te overstijgen. Ze voelde de bundel kracht binnen in zich hervormen, krachtig worden en samenballen. Ze had dit ondergaan voor hem, dertig keer, na elkaar. Dit is waar ze wou zijn en ze was er nu. Geen gejammer dus.

Le Toubib, sinds jaar en dag in dienst van haar grote liefde, had geen weet van haar innerlijke kracht en haar vastberadenheid om tot zijn harem te behoren. Ze was bereid hem te delen, af te staan, maar ze was niet bereid om uit zijn leven te verdwijnen. Ook nu niet. Haar lichaam zou haar nu niet in de steek laten. ‘Alles begint bij het lichaam en alles eindigt bij het lichaam…’ ze prevelde het alsof het een gebed was. Le toubib raakte opgewonden van haar hulpeloze overgave en streelde mijn zijn baardige mond de binnenkant van haar dijen. Net voor ze hem met een opgetrokken knie kon wegduwen, knalde een wandelstok op zijn schedel. Het bloed spatte over haar heen. Verschrikt keek ze naar de hand die de wandelstok vasthield en herkende de huid, de vingers, de palm..

‘Zeldzaam, die vastberadenheid’, sprak hij. ‘Zeldzaam. Vannacht slaap je bij mij. Vanaf nu ben je van mij, geen man raakt je blanke huid nog aan, ook Le Toubib niet.’ Even snel als hij de mep met de wandelstok had laten neerkomen op het hoofd van de verzorger, rukte hij de deur open. Layla voelde de warme wind van de woestijn binnenwaaien en sloot bevredigd de ogen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s