Uncategorized

Aston en Martine

(geschreven voor http://keukenverhaaltjesforlife.wordpress.com/)

Ze had gelijk, mijn vrouw. Ze heeft meestal gelijk, alleen zeg ik het nooit luidop. Ze zou er maar allures van krijgen en eigenlijk heeft ze die al genoeg. Dit keer had ze echt gelijk. Het was te laat om nog te vertrekken met de Aston Martin, en te slecht weer.

Deze prachtige oldtimer wilde ik niet alleen voor de fun. Het was ook een belegging. Met dat argument kreeg ik het verkocht om hem aan te kopen. Ik zou hem een zestal jaar houden en daarna weer verkopen en bakken geld winnen. Oldtimer, belegging, fun…nee dat zijn termen die bij mijn vrouw niets wakker maken, maar bakken geld, oh ja, dan is ze helemaal wakker. En dus kwam hij er, die prachtige glanzende blauwe Aston Martin waar ik al vier keer naar gaan kijken was. Ze blonk, ze blonk, oh man wat blonk dat karretje van me.

Ik aaide haar flanken, streelde haar kofferbak en waaierde met mijn vingers over haar koplampen. Een prachtig stuk vakmanschap uit 1967. Een ode aan de automobiel an sich. Ik was verliefd.

De dag dat ik eindelijk mijn papieren ontving, moest en zou ik een rondje gaan rijden. Zomaar, zei ik tegen mijn vrouw, nergens naartoe, maar dat was helemaal niet waar. Ik wist perfect waar ik naartoe zou rijden, hoelang de rit zou duren en hoeveel smsen ik onderweg zou kunnen versturen. Zes, exact zes smsen zou ik sturen en het zou daarna nog eens een kwartier duren om tot bij het plein te raken. Ik zou me strategisch parkeren, haar snuit naar de kant van de straat en een voor een zouden ze aangedruppeld komen om zich te vergapen aan mijn Aston Martin van 1967. Mijn, mijn, MIJN Aston Martin. Ik genoot nu al van het gezicht dat ze straks zouden trekken, de jongens van de club.

Sinds jaar en dag trokken we samen op. Pinten drinken, noemen onze vrouwen het honend, maar niets was minder waar. Tijdens onze kroegentochten redden we menig huwelijk, Bert van een idioot aanzoek van een Filipijnse en toch ook Afrika bijna van de hongersnood, bijna. Veel meer dan over vrouwen en werk en vrouwen en werk hadden we het niet, maar in principe was dat al meer dan genoeg. En als we het niet meer over werk en vrouwen hadden, dan zeiden we niets en dachten aan ons werk en keken naar de vrouwen, zo gewoon, een beetje naast elkaar hangend aan de toog. Wie kan daar nu tegen zijn. Wel, evenveel vrouwen als er mannen aan de toog hangen tijdens onze uitjes. Onze vrouwen dus, maar eigenlijk lagen we daar niet van wakker, zeker niet de nacht na een kroegentocht.

Snoeven zou ik doen. Na jaren dromen, had ik er eindelijk eentje gekocht, een oldtimer. Ik was de eerste van onze bende, de eerste die zijn droom waar maakte en ik wou dat delen, zo snel mogelijk, nu meteen.

Ting, ting, antwoordsms één. Bert kwam! Ting, ting, antwoordsms twee. Koen kwam ook… Ik was nog zes kilometer van het plein en dan was ik God. God in een blauwe Aston Martin. Van 1967. Ting ting, ja hoor, Frank zou er ook zijn.  Ze zouden er allemaal zijn. Ik wist het gewoon, ik voelde het.

Er sputterde iets. En er spetterde iets, bijna tegelijk. Dikke druppels plensten op de voorruit. He nee, dat zou heel de sfeer verpesten. Ik wilde mijn hemdje voelen wapperen, wanneer ik mijn elleboog op het dak van mijn lieve Aston Martin zou planten en met een brede glimlach de jongens zou onthalen. Die plensbui moest nu stoppen, nu meteen.

En dat gesputter, wat was dat? Hortend en stotend legde ik nog een goeie honderd meter af en toen weigerde Aston met een zucht alle verdere dienst. Nee! Nee, toe, nee, dit kan niet. Dit was mijn avond, mijn moment en Aston moest gewoon doen wat ze al sinds 1967 deed: rijden.

Die verdomde oude bak deed helemaal niets, niet eens een verstikt kreungeluid bij het omdraaien van de sleutel. Dood, morsdood. Ik scrolde in mijn gsm naar het nummer van Touring. ‘Nee, ik ben niet aangesloten, nee! Ja, ik weet dat ik alleen maar gedepaneerd kan worden als ik lid word. Een Aston Martin uit 1967. Een Aston Martin, een oldtimer. …’ GRRRR!

Anderhalf uur stond ik te wachten. Meer dan tijd genoeg om zes idiote smsen te sturen, mijn zes maten weer huiswaarts te sturen en me debiel van het jaar te voelen. Ze had gelijk, mijn vrouw, ze had verdomme gelijk gehad. Het was geen weer om een hond door te jagen en ik moest perse de hond uithangen.

De witte camionette van Touring Assistance stopte bruusk. Het portier zwaaide met een flinke klap dicht. Twee handen in de zij, benen lichtjes gespreid stond ze daar. Een vrouw? Kwam een vrouw mij depanneren? Dit moest een grap zijn. Nog voor ik iets smalend kon zeggen boorde haar zwoele stem zich door mijn buis van Eustachius. ‘Wel, schat, is je speelgoed kapot?’ Ze trok de motorkap open en boog zich gewillig voorover. Stond ik daar in de gietende regen, met mijn elleboog op het dak van mijn Aston Martin geleund, mijn hemd klitte tegen mijn lijf en ik kon maar aan een ding denken.

…Ik aaide haar flanken, streelde haar kofferbak en waaierde met mijn vingers over haar koplampen. Een prachtig stuk vakmanschap uit 1987. Een ode aan de vrouw an sich. Ik was verliefd…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s