Uncategorized

Mooi genoeg

Natasja van Temptation Island (hoe erg kan je bijnaam zijn) heeft op een van haar laatste Instagramposts haar billen verdikt via Photoshop. De ballustrade van het terrasje waar ze op staat, is mee bol komen te staan. Dat leverde haar heel wat haatreacties op. Wellicht voor meer dan de helft van jaloerse vrouwen, maar goed.

Er was een tijd dat vrouwen met het angstzweet op het lijf vroegen: ‘is mijn gat niet te dik in deze rok?’ Vandaag verdikken ze hun billen om nog mooier te zijn.

Evolutie, mooi is dat, maar een andere evolutie vind ik dan weer minder mooi. Die billen van Natasja Van Sletteneiland zijn niet echt, net zomin als de glimlach van 587390487 andere vrouwen die trots hun foto posten op een of andere sociaal medium. De tijd dat iedereen zijn lippen tuitte en een horizontaal vredesteken voor de mond hield is godzijdank een beetje voorbij, maar het kan nog erger. Ik zie steeds meer mensen uit mijn omgeving foto’s posten van zichzelf met filters (geen rimpel meer) en bewerkingen (twee maatjes kleiner) of met hun gsm vanuit die hoek dat je alleen maar borsten en billen ziet en helemaal niet meer wie ze echt zijn.

Schermafbeelding 2017-04-19 om 11.09.14
Het hekje wiebelt lekker mee met de billen van Natasja Van Sletteneiland. Opmerkelijk dat ze het nodig vond om haar billen te verdikken.

Denk Natasja echt dat het nodig is om haar billen dikker te maken? Denken de vrouwen vandaag echt dat ze er met filters beter uitzien? Doe dat nu niet! Wees toch gewoon jezelf, mooi, met foutjes en echt.

Mensen zijn immers mooi wanneer ze echt zijn. Ik meen dat oprecht. Ik heb dat altijd gevonden. Toen ik – lang geleden – fotografie studeerde kreeg ik een opdracht om een gezicht te fotograferen. Ik koos zoals iedereen uit mijn groep een jong model. Hij was lenig en fotogeniek en zo makkelijk om op beeld te krijgen. Hij kronkelde zich in elke houding die ik maar vroeg. Tot ik bijna per ongeluk een klasgenoot van me fotografeerde tijdens de les. Opeens kreeg ik in de gaten hoe boeiend zijn rimpels waren op beeld. De structuur van zijn huid, de schakeringen en vermoeidheid in zijn ogen… Ik heb mijn examen toen afgelegd met beelden van een oudere man. Ik was geslaagd. En niet alleen voor mijn docent. Ook voor mezelf. Ik had ontdekt hoe intens interessant een mensenlichaam kan zijn. Het is de inperfectie die het boeiend maakt.

Ik haak af bij modellen die 1.75 lang zijn en 45 kilo wegen. Ze doen me telkens weer denken aan mijn kindertijd, toen mijn vader de konijntjes slachtte en met twee beentje aan de balk omhoog hing om het pelsje eraf te halen. Zo lang en mager en met de ribbetjes zichbaar. Zo lopen die meisjes vandaag op de catwalk. Het is blijkbaar erg pijnlijk om zo mager te zijn, en triest. Of ze krijgen allemaal verbod om te lachen.

Schermafbeelding 2017-04-19 om 11.10.22
Je ziet meteen waarom dit Zara-model zo triest kijkt. Ze heeft honger. #geefhaareenboterham

Terwijl een vrouw of een man met een afwijking zo ongelooflijk mooi kan zijn. Beetje te kort afgezaagd, borsten die te groot zijn op het lijf, of net erg klein, benen die zeven meter lang lijken of een neus waar je niet kan naastkijken. Dat is mooi, opwindend. Dat is boeiend en vooral het is echt. Een beetje zoals de lekkere billen van Natasja Van Sletteneiland, maar dan voor het photoshopwerk. Mooi genoeg.

mannen, mijmering, nostalgie, Vrouwen

Geliefde vriend

Ik weet niet wie die geliefde vriend is. Evenmin wie G.A. is, maar ik ga het wel uitzoeken. Deze geliefde vriend deelt zijn bloed met mij. Hoeveel en langs welke kant, weet ik niet, maar ik kom er wel achter.

De kaart kwam bij me aan via een neef van mijn vader. Hij had een hele stapel. Ze zaten in plastic zakjes waarin je normaal gezien boontjes in de diepvries stopt. Die idee beviel me wel, de alledaagsheid ervan ook.

Wenskaarten al decennia lang bewaard, ooit met potlood in angstig handschrift neergepend, liggen te wachten om ontdekt te worden. Ze zijn een voor een pareltjes. Ik neem jullie mee op nostalgische reis. Beloofd.

IMG_0471

Gij moogt niet lang wachten van schrijven want ik heb al verdriet genoeg en een woordje van U troost mij toch zoo in droeve tijden.

Uw toegenegen G.A.

 

IMG_0472

afscheid, Spanje, Uncategorized

De grote stap

Ik ben bang. Wat denk je daar van? Ik weet het, het is bijna hilarisch. Ik wil het al zo lang. Ik praat er al zo lang over. En nu, nu het er bijna is, ben ik bang.

Ik weet niet of ik het kan. Ik weet ook niet of de puzzel in elkaar valt, maar dan ook weer, weet je dat ooit? Valt een puzzel ooit echt helemaal in elkaar? En eentje met 54245124225 stukken? Die ook?

Ik slaap te weinig en ik denk teveel. En hoe meer ik denk dat ik moet slapen en minder moet denken, hoe minder ik slaap… want ik lig te denken.

Tellen, schaapjes en hekjes. Denken aan de zee. Luisteren naar de lieve ritmische ademhaling van dat warme lijf naast me. Nee, het helpt niet.

Ik denk, dan maar met het lijf en ik maak hem wakker. Maar ook nadien komt de slaap niet. Althans niet bij mij. Hij snurkt alweer.

Ik ben bang. Ik weet immers dat de Sint niet komt. En hoelang heb ik daar niet in geloofd. Waarom zou dit dan wel de moeite waard van wachten zijn?

Ik ben bang en toch ga ik springen. Het vangnet is dun en onbetrouwbaar, maar ik doe het toch. Ik spring heel even en daarna kijk ik hoe erg ik gehavend ben. Dan zien we wel weer.

…to be continued.

moeders

ja of nee?

Vijf kinderen. De oudste is 18. Dat gaat hier al sinds 1997 zo…

  • Ga jij niet antwoorden?
  • Had ik dat al niet gevraagd?
  • Moest jij niet gaan slapen?
  • Kan heel jouw vinger in je neus?
  • Vind jij dat nu zelf flink?
  • Zal ik u eens plat knuffelen?
  • Is dat voor jou dat er vandaag ijs is als dessert?
  • Zie jij mij zo hangen aan tafel?
  • Hoor jij mij zo roepen op je zus?
  • Versta jij me niet?
  • Zal ik u eens kietelen?
  • Praat ik met mijn mond vol?
  • Laat ik mijn eten half opgegeten op mijn bord liggen?
  • Sla ik de kat met de haarborstel?
  • En thuis moest je geen pipi doen, en nu ineens wel?
  • Ik zit toch ook niet zonder gordel in de auto?
  • Uw zus ligt toch ook niet in de zetel als we afwassen?
  • Lig ik met mijn voeten in de zetel?
  • Zal ik een stukje van uw huiswerk maken?
  • Draag ik je boekentas tot thuis?
  • Is dat beter?
  • Doet het nog pijn?
  • Zal ik pannenkoeken bakken?
  • Kom je nog lekker bij mij liggen voor we opstaan?
  • Lig jij nu nog in je bed?
  • Heb ik dat gedaan toen ik 16 was (meestal is het ja, maar weten zij veel)
  • Ik wil, ik wil, ik wil..ik wil zoveel, wist je dat?
  • Heb je nog koorts?
  • Moet je nog overgeven?
  • Doet je buik/keel/been/voet/tand nog pijn?
  • En wat zeg je nu? (ja mama, dank u mama, sorry mama)
  • Zeg, is er hier nu echt niemand die komt helpen?
  • En dat buiten spelen kan niet wachten?
  • En als ik tegen u praat, kijk ik dan niet naar u?

Lees ik vandaag dat je nooit een ja-neevraag mag stellen aan een kind. Toch niet als je iets gedaan wil krijgen. Moet ik nu helemaal opnieuw beginnen? Of was dat een ja-neevraag?

Uncategorized

gastblog: Het maximumgewicht van de Eurosongbrug

Ik doe het niet vaak, maar af en toe. Nu, soms is er wel een goede reden toe: een gastblog.

Deze is van de hand van Stef Swinnen:

Het maximumgewicht van de Eurosongbrug

Een feest van verdraagzaamheid, dat moest het zestigste Eurovisiesongfestival zijn. Toen halfweg de puntentelling de uitslag deed uitschijnen dat Rusland een goede kans maakte om te winnen werden alle zeilen bijgezet om de boe-roepers in het publiek van koers te doen veranderen. Mirjam Weichselbraun, de blonde presentatrice greep in: “Hier gaat het niet om politiek, maar om de muziek die ons allemaal verenigt.” Building Bridges was het motto en om dat te bewijzen, benadrukte de alom aanwezige Conchita Wurst tijdens een gesprek met de Russische kandidate in de Green Room dat het meisjes verdient aan de leiding stond. Zweden deed daarna het tij keren, maar de boodschap dat we allemaal helden en kampioenen zijn, bleef door de uitzinnige zaal galmen. Wij, allemaal, kampioen. Behalve als je te dik bent?

Al jaar en dag is het Eurovisiesongfestival een feest van tegenstellingen, protserige glitter en holebivreugd. Rusland stuurde een paar jaar geleden een stel bejaarde dames, dit jaar kregen we een punkband uit Finland met leden met Downsyndroom en ook de eerste kandidate in een rolstoel maakte haar opwachting en ook die kon tijdens de halve finale op de sympathie van de miljoenen stemmers rekenen. Alles kan en alles mag op het grootste feest van de tolerantie, … behalve wanneer je geen maatje 38 hebt.

Zie ik het verkeerd wanneer ik beweer dat haar gewicht de Servische kandidate, Bojana Stamenov, de overwinning gekost heeft? Met haar stem was niets mis (integendeel), met haar nummer nog minder (het bouwde op van aantrekkelijke trage tot een heus Eurosong kitschfeestje) en met tekst van het nummer nog veel minder: de slagzin ‘Finally I can say: Yes I’m different and it’s okay’ ondersteunde haar boodschap van verdraagzaamheid als een goed gestutte brug. Waarom won ze dan niet? Omdat het niet genoeg is om ok te zijn, maar we allemaal helden zijn? Of gewoon omdat ze er naar Eurosong-normen niet uitzag. Zelfs Conchita Wurst vond de Zweedse winnaar een lekker dier en ook de Poolse rolstoelkandidate was de perfecte playmate op wielen. Als een dame geen decolleté tot op haar navel kan dragen, ook al heeft ze een stel longen om jaloers op te zijn, kan ze geen winnaar zijn. Van zolang mijn herinnering draagt heb ik trouwens nog nooit een dikkerd weten winnen. En werd Axel Hirsou vorig jaar ook niet afgemaakt als namaak Pavarotti voor hij ook maar iets had kunnen zingen, terwijl de opgepoetste Italiaanse playboys van dit jaar in hetzelfde genre een slechter nummer brachten en toch vlot tot de top drie doorstootten. Een beetje gay? Maar da’s okay? Een beetje obese blijkt dat niet te zijn. Voor dikkerds is geen plaats op het feest van de verdraagzaamheid omdat de bruggen die er worden gebouwd hun gewicht niet kunnen dragen.

Ik besef maar al te goed dat er mij een zekere bevooroordeeldheid kan worden aangewreven. Ik ben immers zelf niet van de magersten en heb ooit tijdens een optreden, iemand in het publiek horen zeggen: “Daar heb je die dikkerd weer, bah.” Maar laat me tot mijn verdediging zeggen dat mijn tolerantie geen grenzen kent. Als Conchita vorig jaar wint, omwille van wie ze is en het betere nummer van Nederland in haar plaats met de hitstatus gaat lopen, zie ik daar een zekere vorm van rechtvaardigheid in, maar meer niet. Als ik dit jaar de beste zangeres en het beste nummer zie struikelen, omdat de zangeres te dik bevonden wordt, als ik de denigrerende commentaren van Peter Van de Veire en grasspriet Eva Daeleman moet horen over Bojana Stamenov, dan weet ik het zo goed niet meer. Wie bruggen wenst te bouwen, doet dit maar beter niet enkel voor gestroomlijnde bollides, maar ook voor tientonners, en dat laatste schrijf ik met alle respect.

moeders vrouwen mijmering

Vertrouwen

‘Wie kan je vertrouwen?’ Opmerkelijk hoe zo’n belangrijke vraag bij me binnen viel via een zo’n oppervlakkig medium: tv. De zin in de ondertiteling bleef op mijn netvlies langer staan dan op het effectieve scherm. ‘Wie kan je vertrouwen?’ Ondertussen volgde mijn alerte deel van mijn geest de rest van het verhaal van de reeks in weer net teveel afleveringen om boeiend te blijven. Mijn heel eigen deeltje van mijn geest, dat deel waarmee ik nu ook schrijf en waarvan ik af en toe – en ik weet het, de laatste tijd te weinig – jou een kijk geef op wie ik ben, zich plooide rond deze vraag. Ondertussen beantwoordde ik ook nog een vraag van mijn dochter. Iets in de zin van, wat ze de dag erop aan moest of het kan ook geweest zijn of ze de dag erop zwemles had. De inhoud van de vraag herinner ik me niet. Ik weet wel dat ik ze accuraat beantwoorde.

Elke geoefende moeder zal het met me eens zijn dat je moederlijke hoofd dat kan: danspakjes wassen en te drogen ophangen, de les opvragen, ondertussen de vis stomen en de calorieën tellen die je wint door geen boter te gebruiken, iemand anders – die net ook langsloopt en uiteraard ook het advies van mama nodig heeft, beantwoorden en toch nog dat ene plekje in je hoofd vrij hebben waar jij alleen bent met je gedachten. Het is met dat plekje dat je in de auto gesprekken voert met jezelf, soms luidop, presentaties reciteert, moeilijke gesprekken overloopt of luidkeels meezingt met de radio: een stukje geest van jou alleen, waar niemand aankan.

‘Wie kan je vertrouwen?’ Ik kauwde erop, woog het af met mijn waarden, draaide en tolde met de vraag tot ik met schaamrood op mijn wangen zat en mezelf erop betrapte het in mijn leven niet zo nauw te hebben genomen met die vraag. Minder nauw althans dan met de vraag: ‘ben ik te vertrouwen?’

Als dochter van een opgeklommen werkman leerde ik immers oprecht te zijn. Te oprecht misschien want in mijn jeugd moest ik vaak horen dat ik een grote mond had. Ik vond mezelf eerlijk en open. En in het bedrijfsleven vond men het nodig om me te bestempelen als ‘niet diplomatisch’. Ik vond mezelf ondersteunend in het managen van mensen, vruchtbaar op directiemeetings en waardevol bij beslissingen. Het kind heeft voor iedereen een andere naam. De oprechtheid waarmee mijn moeder me het leven instampte was te groot en ik heb moeten leren schaven en anders formuleren. De basis echter dat je te vertrouwen moet zijn, is gebleven.

Een ja is een ja, een nee is een nee. Veel later hoorde ik eens dat bij vrouwen een ja nee is en een nee ja, maar ik moet toegeven dat ik op die techniek hard heb moeten oefenen, om dan te ontdekken dat het nu net dat is wat mannen niet aan ons begrijpen… om dan toch maar weer naar het ‘niet diplomatische’ en de ‘grote mond’ over te stappen en verstaanbaar te zijn voor manlief. Een opluchting voor beide partijen.

‘Wie kan je vertrouwen?’ Wie nog nooit is bedrogen, belogen of misbruikt door iemand van wie hij het niet verwachtte, heeft niet geleefd of is een bedreven leugenaar. Meteen denken aan de oudste zonde ter wereld is te makkelijk. Bedriegen en beliegen gaat niet over het bed delen met iemand anders dan degene met wie je je verbond, op welke manier dan ook, althans niet alleen daarover.

Bedriegen en beliegen is een zieke adder, die bij de dag van je geboorte je leven inkruipt en een gitzwart slijmspoor achterlaat op elke dag waarvan je een blaadje van de kalender scheurt. Dat je perse in het eerste leerjaar perfect moet kunnen lezen? Dat is een leugen. Net zoals de idee dat je voor je achttiende maand echt wel moet kunnen stappen en brabbelen. Daar zijn curves voor en daar zijn studies rond gemaakt die met belastinggeld zijn betaald. ..feit is dat je tegen je zestiende, brabbelt, stapt en vlot leest. De leugen echter maakt je jonge leven meteen al ziek. ‘Nee, als je niet vlot leest op het einde van het eerste leerjaar, kan je echt niet mee in het tweede leerjaar. Dat wordt moeilijk…’ De leugen komt van iemand die je als kind zou moeten vertrouwen. Het bedrog stigmatiseert jou. ‘Jij dommerik, wat jij niet kan en eigenlijk zou moeten kunnen. Ik zeg jou dat, en mij kan je vertrouwen…’

‘Wie kan je vertrouwen?’ En dat ik voor je ga zorgen, aan je denk, met je meevoel, je waardeer… al die uitspraken die gemaakt worden in gezinsverband, op je werk, onder vrienden… hoe waar zijn die? ‘Wie kàn je echt vertrouwen?’

Gooide ik me met hart en ziel op de opvoeding van mijn kinderen…bleef er toch geen enkel kind gespaard van een leugen, een bedrog, een niet nagekomen afspraak. Erger nog, wellicht omgekeerd evenmin.

En we slikken. We knikken. En we vinden dat normaal. Bij elke belofte knikken we, schudden we de hand, ondertekenen we het contract wetende dat de partij die voor ons staat ons beliegt, bedriegt en misbruikt. Weliswaar niet altijd met voorbedachten rade, maar toch, de uitkomst is dezelfde.

Kom je in je leven niet altijd tot de eindsom dat je vrienden verliest, familie uit het oog raakt, collega’s van je vervreemden? ‘Wie kan je vertrouwen?’

En wat met jezelf? Verlies je in de emotionele en geestelijke evolutie die de meedogenloze jaren je samen met de rimpels opdringt niet ook het vertrouwen in jezelf? Verword je niet iemand anders, met andere waarden, andere normen en andere perspectieven? En kan je dan uiteindelijke niet alleen nog concluderen dat je per definitie niemand kan vertrouwen? En wapen je je dan niet tegen al dat wantrouwen door sneller over dingen heen te gaan, minder diep te gaan, oppervlakkiger te leven? Gelukkige verjaardag op facebook, 200 keer, van bekenden, half bekenden, onbekenden, lang geleden bekenden, bekenden van bekenden… Hoe oprecht wensen deze ‘–kenden’ je een gelukkige verjaardag? Wiens wensen kan je vertrouwen? Of is dat niet belangrijk?

Ons leven is doorspekt met leugens. De verkoper die je een product opdringt met de uitleg dat het het beste is. Voor wie? Voor jou of voor zijn commissie. Je slikt het bedrog. Je collega die belt dat hij ziek is, en of je kan inspringen. Eigenlijk wil hij een dagje vrij, moet hij naar de notaris voor een scheiding waar hij niet over praat of heeft hij een andere activiteit waarvan hij vindt dat het beter is ze te verzwijgen en ze te vervangen door een leugen. Je kind dat iets stukmaakt en kiest om het te verstoppen. Liegen is beter dan een straf riskeren, toch?

‘Wie kan je vertrouwen?’ Een oefening. Een vraag zonder antwoord, of wellicht geen onmiddellijk antwoord. Ik scan mijn omgeving. Het aantal wordt kleiner. Het aantal wordt akelig klein. Het aantal wordt dermate klein dat ik een beklemmend angstgevoel krijg om eenzaam te sterven, hand in hand met de enige echte. ‘Wie kan je vertrouwen?’ Echt?

communicatie

Don’t you just loooove people…

Sinds korte tijd neem ik weer af en toe de trein. Het maakt deel uit van mijn project ‘onthaasten 2015’ Je kan niet sneller dan de trein gaat en meestal ben je te laat.

Nee, klopt niet: het is gewoon noodzaak. Mijn klant heeft zijn kantoren in centrum Brussel en iedereen die zich op spitsuur over de Wet of Beliard waagt is of levensmoe of kamikaze. Ik heb het één keertje geprobeerd. Het goot water. Ik gooie me dus stoer en vol overgaven in het verkeer en werd na letterlijk twee en een half uur filerijden (voor 20 km) aangereden door een ‘sans papier’. Hij vond dat ik hem 150 euro moest betalen omdat hij schade had en ik niet. De camionette van zijn baas – daarna bleek ze van zijn vriend – had naast de 3432455 blutsen ook nog een kras op de voorkant. Stel je voor! Die kras, dat kreeg hij niet uitgelegd. Met 150 euro in zijn zak, vast wel beter, zo probeerde hij.

Ik vond van niet. Onmens dat ik ben. De politie heb ik er nu ook weer niet bijgehaald. Leven en laten leven, het is een levensmoto dat vreugde brengt. Wees het maar met mij eens.

De vergadering waarvoor ik me in het verkeer had gegooid heb ik nooit gehaald.

Sporen dus, het is geen keuze, het is de enige optie. Nu, ik ben hoe dan ook al niet zo gek op dingen en plaatsen waar veel (vreemde) mensen met hun handen aanzitten: deurknoppen, spoelknoppen van openbare toiletten, bancontactautomaten, winkelkarretjes – Ik ben een van die meisjes die altijd met een flesje ontsmettende handgel in haar tas reist. Het openbaar vervoer is dus … de hel. Dat plekje waar jij je hoofd tegen legt, daar hebben al zoveel mensen voor jou hun haardos neergevlijd, geef toe, walgelijk. Die handvaten om in en uit te stappen… waar zitten die handen allemaal voor ze dat ding aanraken. Ik wil er niet aan denken!

Nee, ik heb geen smetvrees en ik drink met plezier van je glas, als er tenminste iets in zit dat ik wel lekker vind, maar er zijn grenzen. Als je pech hebt op de trein, zit je naast iemand die in zijn haar zit te krabben, velletjes uit zijn oor of neus zit te halen of huidschilfertjes zit te verzamelen. Niet iedereen heeft bovendien de gewoonte om zich dagelijks aan een ochtendritueel met water en zeep te onderwerpen. Ook dat is snel duidelijk op de trein.

En dan zijn er naast de ‘snuiters’, ‘niezers’ en ‘krabbers’ ook nog de ‘ontbijters’. De broodzakken van Panos hebben succes bij de spories. De kruimels met gecarameliseerde suiker vliegen in het rond en blijven ongegeneerd hier en daar plakken: aan de stoel, je schoenen, je kleren, je haar.. zeker als de ontbijter ook een niezer is. Je ziet het beeld voor je.

Wanneer die suikerbom is binnengewurgd, wordt de Panoszak in een worstje gewrongen en in de kartonnen koffiebeker geduwd. Koffie drinken we blijkbaar sinds kort uit van die witte kartonnen bekers met plastic sluitstuk dat doet denken aan de tuimelbeker van een éénjarige. De hete brei proeft naar plastic en chemische brol en heeft niets meer te maken met de koffie die mijn moeder met filter en versgemalen bonen destijds opschonk in onze donkergroene seventies keuken. (mijn moeder zou vandaag een trendy ‘vintage’ keuken hebben, bedenk ik opeens, met bloemenbehang en al). Die half leeg gedronken koffiebeker, met Panosworst erin, wordt dan ‘ergens’ achtergelaten, bijvoorbeeld onder een bankje, naast de deur van de lift, naast de vuilbak… maar vooral niet ‘in’ de vuilbak. Waarom? Geen idee. Ik denk dat het merendeel van de mensen die de trein nemen in zo’n huis wonen dat je wel eens ziet in de realityseries: ondergesneeuwd in vuil, kakkerlakken en schimmel. Of wordt de oeroude schoolse vraag:’ doe jij dat thuis ook?’ ook hier nog steeds beantwoord met ‘nee mevrouw’. Ik hoop het.

Als je het perron dan overleefd hebt en je heist jezelf op de trein, wordt je schaamteloos aan de kant geduwd. Leeftijd en geslacht zijn onbelangrijk. Het ergste zijn die hippies met hun plooifietsen. Jongens aub, een plooifiets, wie heeft dat nu ooit bedacht? Ik hou me niet in om af en toe zo’n boer die een pedaal in mijn bil priemt recht aan te kijken. Ik stop dan ook werkelijk. Ik hou de file drummende beesten op en kijk hem aan. Vragend? De onwennigheid die ermee gepaard gaat bij meneer plooifiets. Onwerkelijk. De angst in de ogen: ‘die gaat mij toch niet aanspreken!? Stap nu in, mens’. Hilarisch, maar tegelijk intriest. Waar is de tijd dat mannen vrouwen lieten voorgaan? Is die gewoonte afgeschaft sinds wij mee instaan voor het bijeenscharrelen van het maandelijkse gezinsinkomen? Ik zie dus nooit, maar ook echt nooit iemand zijn plaats afstaan voor een vrouw, een zwangere, een oudere man. Ik stam uit een andere generatie, ik kan niet anders dan dat besluiten.

Liever duiken we achter het scherm van onze smartphone, tablet of e-reader. Stel je voor dat je met iemand zou moeten een blik wisselen, laat staan een gesprek voeren… Nee, dank u. Ik drink mijn plastic beker, ik draai mijn Panoszak in een worst en ik dump de boel ergens neer. Ik drum iedereen opzij en zorg dat ik kan zitten en dan verdwijn ik in mijn eigen wereld: candy crush.

Kijk, ik wil een voorstel doen, een hand uitsteken. Ik ben geen mensenhater, integendeel. Als je nu eens gewoon ouderwets een gesprek wil aangaan, al is het maar over het weer, mag je naast mij komen zitten op de trein of op het perron, tenminste als je belooft niet in je oren te peuteren, geen schilfers uit je haar te pulken, geen meeëters uit te pitsen en geen Panoskruimels in mijn richting te niezen. Deal? Deal!