Romy: chapter V part I

Hoe kon ik haar zeggen dat mijn leven helemaal anders liep nu. Ik had mijn huis verlaten en wist ondertussen niet meer waar mijn thuis was, in welk land ik hoorde en welke taal de mijne was. Ik zweefde, zwerfde van bestemming naar bestemming en voelde me het veiligste de uren in de lucht. Het boek had ik aan de kant gelegd en nooit afgewerkt. Het was alsof de dag dat Romy verdween ook alle levenslust uit mijn lijf was gegleden. Ik had weken nodig gehad om weer normaal te ademen en wakker te worden zonder eerst aan haar te denken.

‘Liefdesverdriet’ had ik gepreveld toen Selena me vroeg waarom ik weg ging en van Jordy had ik op mijn manier afscheid genomen. Hij had eindelijk gekregen wat hij al zo lang wilde en nadat ik mijn dijen had schoon gespoeld was ik vertrokken. Hij sliep. Ik liet niets achter, alleen herinneringen.

Previously: http://trixtheblog.wordpress.com/category/romy/


Romy twijfelt

Het is die ene zin, onafgewerkt, zoals dat gaat met gesproken taal. Zinnen starten, eindigen met horten en stoten en missen soms een werkwoord, een einde, een doel.

‘Jij, de would-be …’ zei ze, maar maakte de zin niet af. Would be…dat is toch willen maar niet kunnen? Niet?

Het is die onafgewerkte zin, die me katapulteerde naar het lijf van Romy. De herinnering, de drang om de zoektocht naar evenwicht te verwoorden. Mannen, vrouwen, en daartussen moet je kiezen. Maar niemand spreekt ooit over de mens, de ziel en dat je misschien wel bereid bent om het geslacht erbij te nemen. …mag dat niet? En Romy is maar een naam, één naam want schaamte weerhoudt me om alle namen te noemen, te tellen. Schaamte, verwarde schaamte. Dus ik twijfel….opnieuw.

 

 


chapter IV part IV

Ik dacht dat ik haar vergeten was, maar toen ze voor me stond herkende ik elke centimeter van haar tengere lijf. Ze zag er vermoeider uit, bleker, ouder. Haar glimlach zat nog net zo binnen de plooitjes van haar wangen als ervoor, maar de glans was uit haar ogen.

Ze stak haar hand naar me uit alsof ze bedelde, haar hoofd een beetje schuin. Ik kon niet bewegen, niets zeggen. Ik wilde slikken maar mijn keel zat moervast. Ik voelde intens medelijden en verdriet, met haar, om haar, om haar verval.

Ze zuchtte en liet haar arm zakken, keek me triest aan. ‘Zo erg?’ vroeg ze. ‘Haat je me zo erg?’ En ik hoorde hoe mijn stem trilde toen ik prevelde….’Romy’

…To be continued

Previously :

http://trixtheblog.wordpress.com/2010/04/03/romy-chapter-iv-part-iii/


Romy Chapter IV part III

Wat voorafging: http://trixtheblog.wordpress.com/2010/04/03/romy-chapter-iv-part-ii/

‘Wat doe jij hier eigenlijk?’ vroeg Jordy toen we samen terug wandelden, met de spartelende vis in een netje. ‘Ik werk aan een boek.’ Zei ik en meteen wist ik dat dit geen goed antwoord was. Jordy zou me niet begrijpen. Hij zou schrijven vast geen activteit vinden. Meteen betrapte ik mezelf er ook op dat in mijn idee een waardeoordeel  school. Jordy was een zeeman, niet geschoold, hij stond dus lager op de ladder…. Welke ladder?

‘Schrijven?’ fronste Jordy. Ik hmm-de en bleef voor me uitkijken. Jordy keek me van opzij aan, onderzoekend, bedenkelijk. Nu ging het komen. Ik wist het zeker. ‘Jij bent dus een slimme meid? Ik zag in jou altijd alleen maar een lekkere stoeipoes. Jij ademt seks uit, maar je hebt verdorie nog een hoofd dat werkt ook.’ ‘Jordy!’ ik proestte het uit. ‘Heb ik je beledigd? Het was een compliment. Ik zie jou en ik denk dan, hmm, borsten en…’ ‘Jordy! Niet doen! Hou op!’ Hij grolde, zoals mannen dat doen als ze iets gezegd of gedaan hebben waarvan ze weten dat ze je geschoffeerd hebben maar dat je het eigenlijk wel lekker vindt. Hij genoot van zijn eigen woorden en evenveel of meer nog van het feit dat hij me deed lachen.’ Ik gaf hem een licht mepje op zijn schouder. Heel even bleef hij stil en toen zei hij: ‘ik dacht, misschien heeft ze geen werk, die lange uit het Noorden.’ Hij keek me spottend aan, maar ging onmiddellijk verder. ‘Nu, ik kan wel een paar handen gebruiken in het restaurant. Je weet dat we nog een maand of twee moeten doorwerken en dan zijn alle toeristen weg. Wat denk je? Schrijven kan je ook als het koud wordt.’

 Het begrip ‘koud worden’ betekende hier iets heel anders dan in mijn geboortestreek. Waar ik als kind het gewend was om sneeuw te zien in de winter, daalde de temperatuur hier niet onder de tien graden. Koud, een relatief begrip dus. ‘Zal ik vragen of Romy je komt helpen? Ze heeft niets om handen.’ Ik vond mijn idee geniaal. Een beetje helpen in het restaurant zou Romy bezig houden, het zou haar geest lichter maken, haar de ellende in haar buik doen vergeten. Ze zou me niet voor de voeten lopen. Ik kon mijn werktafel naar de woonkamer verhuisen én Jordy had hulp. Jordy bulderde luid en kletste op zijn knie. ‘Romy?’ Hij lachte luid en ruw. ‘Romy?’ zei hij weer. Ik bleef staan, liet het netje vis heen en weer bengelen en keek hem vragend aan. ‘Wat?’ ‘Luister eens, lief kind, als ik vraag of jij me wil helpen in het restaurant dan is dat omdat een vrouw met een lijf als het jouwe een effect heeft op klanten. De vrouwen blijven zitten en eten want ze willen zo’n kont krijgen als de jouwe en mannen blijven zitten en drinken zich te pletter omdat ze naar die weibelende kont van jou willen kijken. Romy is een plank, ze is bleek, levenloos. Ze jaagt de klanten vast weg.’

 Zijn botte, eerlijke uitleg veroorzaakte een chaos van gevoelens en gedachten. Mooi, hij was eerlijk, een zeldzaamheid, maar dan ook weer, ik hou er niet van als iemand lelijke dingen zegt over Romy. Dat trek ik niet. ‘Jordy, als jij denkt dat vrouwen graag een dikke kont willen, dan zit je mis en meer nog, laat me jou een lesje geven in het omgaan met vrouwen: zeg nooit tegen een vrouw, of doe nooit uitschijnen tegen een vrouw dat je vindt dat ze een dikke kont heeft. Nooit. Vrouwen vinden dat vreselijk. En ik heb een job, Jordy, een échte job.’ Die ‘échte’ job had ik niet mogen zeggen, want hij nam het vast verkeerd op.

Jordy keek me verwonderd aan. ‘maar meisje toch, een dikke kont, dat is lékker!’ hij opende zijn armen en hield zijn handen als kommetjes omhoog, zo halfweg zijn buik, alsof hij een hele grote watermeloen droeg, al symboliseerde zijn greep in de lucht niet onmiddellijk een watermeloen. Zoveel was duidelijk. Ik schudde mijn hoofd, legde mijn handpalm tegen mijn ogen en hield het netje vis ongeveer een meter van me af. ‘Je bent hopeloos’ ik glimlachte en hij glimlachte terug. Ik duwde met mijn schouder tegen de zijn en zonder verder te praten wandelden we verder. Aan het brugje moest ik links en hij rechtdoor. ‘Tot gauw’ zei ik en ik gooide hem een kushandje. Zodra ik van hem wegwandelde wist ik het. Hij loerde naar mijn kont. Ik zou nooit meer van Jordy kunnen wegwandelen zonder me ervan bewust te zijn dat hij naar mijn billen keek. ‘he, meisje uit het Noorden!…’ hij riep me na. Ik lachte, zwaaide in de lucht zonder me om te draaien. Ik kletste eens op mijn billen en stak mijn duim in de lucht. Ik wist zeker dat hij een opmerking ging maken over mijn billen of over het gesprek, maar hij herhaalde: ‘he, meisje uit het Noorden, ik heb ook een job, ook een echte.’ En ik schaamde me.

 Romy zat op het trapje van het terras toen ik binnenkwam. Ik hield het netje vis hoog om haar te tonen wat ik zou koken die dag. Ze glimlachte. Ze droeg een wit T-shirt dat ik nog nooit gezien had. De roze letters op de front waren geschilferd, dus nieuw was het niet. Waar had ze het vandaan? Had ze het van hém gekregen? Aanvaard je een T-Shirt van een man die je met geweld neemt of had ze het ervoor al gekregen? Waarom stelde ik mezelf toch al die vragen? Waarom wilde ik altijd alles weten en controleren?

 ‘Haast je naar de badkamer’,zei ik. We gaan na het ontbijt naar de dokter. Romy hield haar hoofd tegen haar opgetrokken knieën. Ik liep haar voorbij de tuin in om de stoelen recht te zetten en de afgevallen takjes van de tafel te vegen. Toen ik terug naar binnen wilde gaan, zag ik dat ze geen slipje droeg. Ze leunde achterover en steunde op haar beide handen die ze wijd uiteen achter haar zetten. Ze openden ongegeneerd haar benen en zei: ‘nu wil ik wél’. Opeens voelde ik een soort van walging voor die bleke dijen van haar. Haar schaamlippen zo bloot en tentoongesteld trokken me helemaal niet aan, integendeel. Ik liet haar voorbij, streelde even door haar haar en herhaalde: ‘ga nu naar de badkamer, dan maak ik ontbijt.’ Romy bleef nog even zitten en slenterde dan naar de badkamer. Ik hoorde hoe ze de kraan opendraaide, de badkamerkast opende. Ze opende het toilet en plaste, maar sloot het toilet niet weer. Romy deed dat nooit. Ze spoelde wel door. Ik hoorde hoe ze haar tanden poetste, gorgelde, dan bleef het even stil tot ik haar zachtjes hoorde kreunen. Romy stond onder de douche te masturberen. Ik had het haar geleerd, of beter gezegd ik had haar getoond hoe je de douchekop moest houden om net genoeg druk te hebben. Ik had haar gezegd dat als je voldoende met je bekken kantelt en je je bekkenbodemspieren knijpt en lost en knijpt en lost, dat zo’n douchekop dan een lekker maatje kan zijn. Ze liet het niet na om het meteen erna te proberen en liet  me kijken hoe ze zichzelf in een paar minuten klaar sproeide. Vandaag had het iets zielig. Wonen, leven met iemand waar je om geeft, het fijn mee  hebt, van houdt misschien zelfs en beide verlangen naar lijfelijkheid, seks, ontlading en toch beide op jezelf aangewezen zijn. Het had iets intriest.

Ik had geen zin om een uitgebreid ontbijt te maken. Ik gooide een paar boterhammen in een mandje en plantte een pot kontfituur op het dienblad. Ik perste geen sap, zette geen thee of koffie, maar haalde de kan melk uit de koelkast. Ik dekte de tafel niet, maar schikte de bordjes en tassen op het blad, de twee messen er schrijlings over. Romy kwam met natte haren uit de badkamer en keek naar het dienblad. De teleurstelling stond in haar ogen te lezen.

Misschien was het wel voorbij, zij en ik. Misschien was het wel eindelijk voorbij en kon ik verder met mijn leven. Een leven zonder Romy.


Romy Chapter IV part II

 Wat voorafging: http://trixtheblog.wordpress.com/2010/04/03/romy-chapter-iv-part-i/

Toen ik het licht uitknipte in de werkkamer was mijn rug helemaal koud en stram en de spieren in mijn onderarmen prikten pijnlijk. Romy sliep. De rode cijfers op de wekker spraken 01:23. Ik verlangde naar warm water. Septemberavonden waren niet zo heet meer en de koele werkkamer begon killig aan te voelen na tienen. Ik wilde de werktafel naar de woonkamer verhuizen, daar bleef het toch iets warmer, maar met Romy in huis zou ik nooit kunnen werken. Ik vroeg me af wat ze vandaag gedaan had. Hoe bracht ze uur na uur door met niets doen? Hoe sleepte ze zichzelf door de dag? Ik voelde me schuldig. Romy moest wel met angstbeelden in haar hoofd lopen. Ze had me amper verteld wat er allemaal gebeurd was, maar ze leed, zoveel was duidelijk. Romy sliep anders, haar lichaam lag niet ontspannen zoals vroeger. Ze leek verkrampt te slapen. Ik trok het laken over haar lijfje en ze opende haar ogen. ‘Ben je klaar?’ haar stem klonk slaapdronken. Het vertederde me. Zo bracht ze haar dagen dus door, met op mij te wachten. Ik voelde me een bruut, een beest. Dat lieve warme kind in dit bed had me nodig. Ik werd helemaal warm en zacht door haar zo te zien en haar stem die eenvoudige vraag te horen krassen. Een eenvoudige vraag die zoveel meer in zich droeg.

‘Ik ben helemaal koud en stram van het werken. Ik ga nu nog in bad. Slaap maar.’ Ze strekte haar arm uit. ‘Kom, kom bij me, ik maak je warm. Ik ben al helemaal beddewarm, kom maar, je krijgt een stukje van mijn warmte.’ ‘Romy, wacht even..’ ik hield op met praten. Ik wilde in bad. Romy zou willen vrijen, dat wou ze altijd. Dan wilde ik schoon zijn, gewassen, fris. Ik zou het niet fijn vinden om met de lucht van de hele dag op mijn lijf in bed te kruipen en me te laten besnuffelen. Ik aarzelde…wat was nu het ergste? Ik die me niet zou kunnen ontspannen bij de idee dat ik niet gewassen in bed kroop en dat ik misschien dus wel voor een keertje niet naar zevenendertig verschillende badkamerproducten rook of Romy die zich afgewezen zou voelen omdat ik niet meteen bij haar in bed kroop? Het kleine mormel wachtte al een hele dag om bij me te zijn.

Ik kon niet, ik kon niet… ik stond in twijfel. Razendsnel flitsten mijn gedachten door mijn hoofd. Ik wil in bad. Ik wil schoon zijn als ik in bed ga. Ik wil zeep en olie ruiken als ik me draai in bed. Ik wil Romy niet teleurstellen. Ik wil haar de geborgenheid en liefde geven waar ze om vraagt en waar ze duidelijk op wacht. Maar moet ik dan mezelf verloochenen? Romy zou trots op me zijn, als ik in staat was mijn drang om te wassen en te boenen en te schrobben even aan kant te zetten. Maar moest Romy trots op me zijn? Was het niet veel belangrijker dat ik vond dat ik deed wat moest en wat goed was. En daar klonk Romy’s stem weer in mijn hoofd. “Wie bepaald dat? Wie beslist dat?” …ik dus. Ik beslis.

Ik trok mijn rok over mijn knieën en liet hem op de grond glijden. Ik knoopte mijn bloes los, haakte mijn beha uit en rolde mijn slipje tot op mijn enkels. Ik liet het hele zootje op grond liggen, naast het bed en gleed onder de lakens. Romy voelde helemaal warm en zacht. Ze knorde toen ik tegen haar aankroop. Ze kon me met haar tengere kleine lijfje niet omvatten, maar kroop als een katje boven op me. Ik dacht dat ze wilde kussen en vrijen, maar ze helde haar lijf naar de kant van het bed en keek over de rand. Ze zag mijn hoopje kleren liggen en keek me verwonderd aan. Sinds lang had ik zo’n glimlach meer gezien. Romy straalde. Ze kuste me zacht op mijn mond en op mijn oor en fluisterde. ‘…ik  hou ook van jou…heel veel zelfs, nog meer, nog veel meer.’ Haar adem kriebelde mijn hals en mijn lenden. Ik legde mijn handen op haar billen in de overtuiging dat ik zou beloond worden voor mijn vermogen afstand te doen van mijn regeltjes, mijn dwangmatige regeltjes, maar Romy gleed van me af en plooide zich tegen me aan. Ze viel meteen erna in een diepe, rustige slaap.

Ik niet, ik lag klaarwakker, nog urenlang, in vertwijfeling. Waar was het fout gelopen? Ik worstelde met mezelf in mijn keuze of ik haar zou behagen en meteen in bed te stappen of mezelf zou volgen, mijn eigen gevoel zou respecteren door in bad te gaan. Ik koos voor haar en ik werd afgewezen… Hoe werkte dit? Mijn lenden zinderde en ik wilde vrijen. Ik moest vrijen, ik kon niet anders dan vrijen. Ik kuste Romy in de hals, streelde haar buik en borsten, liet mijn hand tussen haar benen glijden, maar zijn schudde met haar schouders en kneep haar benen dicht. Ik bleef nog een half uurtje liggen en liet dan maar het bad vollopen. Ik zonk in het hete water, liet de douchekop plagend over mijn benen glijden en streelde mezelf drie keer tot een orgasme, spoelde mijn haren en droogde me af. Toen ik de handdoek op het zijterrasje aan de draad hing, zag ik dat de zon al opkwam. Ik trok een jeans aan en een oud hemdje en wandelde op mijn oudste slippers tot in de haven. Jordy zou er zijn oude makkers opwachten en ik zou samen met hem kiezen welk visje vandaag mijn buik zou vullen. Jordy zou mij de beste vis geven, dat wist ik zeker. Jordy deed dat altijd.


Romy Chapter IV, part I

Wat vooraf ging: http://trixtheblog.wordpress.com/2010/04/03/romy-end-of-chapter-iii/

Romy sliep een putje in dag. Toen ze eindelijk uit bed kwam was ze weer de Romy van altijd, maar ik werd nooit meer mezelf. Ik ploeterde verder aan het manuscript en wilde niet gestoord worden. Ik werkte tot diep in de nacht, maar vergat niet om een afspraak te maken bij de dokter. Hij zou ons de volgende dag ontvangen en garandeerde me dat hij zorgzaam zou omgaan met Romy’s gekneusde lijf. Ik sprak hem aan als man tot man en drong aan op zijn discretie en eiste zachte handelingen, alsof ik haar man was, haar meester, haar verzorger. Misschien was ik dat ook wel. Misschien ook niet.

 Romy draalde rond mijn bureau, bleef in de deuropening staan kijken en hoeste om mijn aandacht te trekken. Ik boog mijn hoofd schuin naar haar, zonder oogcontact te maken en werkte door. ‘Liefje, er is fruit in de keuken. Eet iets.’ Ze zuchtte. ‘En jij, eet jij niet dan?’ Ik typte ijverig door en schudde nee. Romy zuchtte opnieuw. Ze verdween in de keuken en sneed een stuk watermeloen. Ik luisterde aandachtig naar haar handelingen. Ze opende de lade, de tweede. Haalde er een mes uit, vast dat met het groene handvat. Dat was het enige mes dat breed genoeg was om de watermeloen in een haal te klieven. Ze haalde de plank niet van achter het ijzeren rekje op de koelkast. Dat deed Romy nooit. Ze sneed de watermeloen op het aanrecht door. Ik zag het voor me. Het rode sap liep op het werkblad, hier en daar een zwart pitje als een mee-eter in het plasje meloenenbloed. Romy zou het niet wegvegen. Dat deed zij niet, dat deed ik, achteraf wanneer er al een tiental vliegen rondcirkelden in de keuken en de twee blote helften watermeloen bepoteld waren door de zwarte vliegbeesten. Later zou ik met een fileermes een flinterdun plakje vruchtveels verwijderen om de pootafdrukken van de agressieve vliegen – die in mijn hoofd net voor ze op mijn meloen landden op walgelijke dingen hadden gezeten –te verwijderen. Romy zou me uitlachen en me een maniak noemen. Ze zou me verhalen vertellen over restaurantkeukens vol kakkerlakken over obers die in je soep spuwen en over koks wiens zweet de bearnaisesaus deed schiften. Ik zou minstens de eerste drie keer dat ik op restaurant ging na haar verhaal, zorgvuldig kiezen wat het heets gekookt of gefrituurd is om toch maar zeker te zijn dat microben en bacteriën de geest lieten.

 We zaten ooit in de bus van Jordy, een oude man die half Italiaans, half Grieks was en na zijn carrière als zeeman een bus verbouwde tot visrestaurant. Hij kocht zijn waar bij zijn oude makkers en kende als geen een de verse en goeie vis uit de minderwaardige zwemmers. Jordy was geen geweldige kok en hij had totaal geen gevoel voor esthetiek in zijn restaurant, maar hij had verse vis en dat was dan ook de enige reden waarom je bij hem ging eten. Die middag bestelde ik sardienen die Jordy grilde. Ik kreeg er brood bij. Twee dagen ervoor had ik me druk gemaakt in de hompen brood die Romy op het aanrecht liet slingeren. Dore had aan een hompje gelikt en ik was door mijn dak gegaan. ‘Romy, godver, doe dat brood in een zak. De kat zit eraan. Wil je dat ik brood eet waar die kat aan gelikt heeft? Wil je dat? Je weet dat ik een hekel heb aan je slordigheid met eten. Doe nu toch wat je moet doen!’ Romy had me sloom en hovaardig aangekeken. ‘En wie beslist dat? Wie beslist wat het nu precies is dat je moet doen om te doen dàt wat je moet doen? Jij?’ Niet dus, ik besliste niet wat Romy moest doen, of beter, ik wou dat wel beslissen, maar zij hield er zich niet aan. Het stoorde haar niet dat de kat aan het brood likte. Romy liet Dore ook aan haar vingers likken om daarna doodleuk met diezelfde vingers een olijf uit de olie te vissen en in haar mond te laten glijden. Er waren dagen dat ik hele potten augurken, olijven of opgelgede tomaten de vuilbak in goot, omdat ik zag dat Romy weer maar eens met vuil aan haar handen in de olie of azijn van de opleg had gezeten.

 ‘Denk je dat Jordy zijn brood in een zak bewaard?’ had ze me uitdagend gevraagd. Ze zat op het houten bankje met haar rug naar het water, de zon scheen in haar gezicht. Ze hield haar hoofd schuin, een hand als een klepje tegen haar voorhoofd. Ze trok haar neus op en kneep haar ogen tot streepjes.  Er speelde een kwaadaardig, spottend lachje om haar mond. ‘Nee, Romy, niet doen!’ Ik giechelde maar omdat ik wist dat als ik nu streng of kwaad zou spreken, het voor haar alleen maar een signaal zou zijn om verder te gaan. Ze gaf niet af. Romy gaf nooit af. ‘Misschien is die homp brood…’ en ze knikte met haar  hoofd in de richting van het stukje brood op mijn bord, ‘wel al aangeraakt door andere mensen. Het zat misschien in een mandje op een andere tafel, werd het niet gekozen om op te eten, kwam het als restje terug in de keuken en legde Jordy het in ons mandje. Je weet hoe Grieken zijn, niets mag verloren gaan.’ Ze had gelijk. Jordy zou nooit brood weggooien, maar ik wilde daar gewoon niet bij stilstaan. Ik wilde niet denken aan handen die overal aanzaten en daarna aan mijn homp brood. Ik wilde schoon eten, clean, koosjer als het ware, maar dan in de zin van hygiënisch koosjer. Romy bleef me aankijken. Haar magere schouders staken knokig door het katoenen jurkje. ‘Je bent hard Romy’ fluisterde ik en ik streelde haar bovenarm. In het openbaar liefkoosden wij elkaar niet. Wij waren vriendinnen, geen minnaressen, geen koppel, geen paar,… dat was zo, gewoon omdat het makkelijk was. Niemand vroeg uitleg als we ons gedroegen als vriendinnen. Eigenlijk waren we dat ook, dat maakte ik mezelf graag wijs. Wat er in de nacht gebeurde was tijdelijk. Daarvan was ik overtuigd. Ik was een gezonde heterovrouw en ik ging door een fase van moederlijke bezorgdheid die zich mengde met lichamelijkheid die een moeder zich niet kon permitteren, maar een vriendin wel. Dus waren we vriendinnen. Juist, toch? Romy begreep me niet als ik zulk dingen zei en ze vroeg me telkens weer, waarom ik altijd de zaken wilde benoemen, waarom woorden zo belangrijk waren. Ik had er geen antwoord op. Ik had trouwens nooit beseft dat dat zo was. Ik benoemde zaken, ik gaf ze een naam, een vorm, een waarde. Was dat nodig? Of was dat gewoon makkelijk en veilig? Was dat een manier om mezelf niet in vraag te stellen, mezelf niet te moeten analyseren en eventueel tot conclusies te komen die ik niet wilde horen?

 Iemand bovenarm aanraken, dat mag, al zijn Grieken niet gek op openlijk gefleem of geflikflooi. Het is veeleer een teken van bezorgdheid dan van liefde. Jordy las het gebaar ook zo. ‘Is ze ziek? Ze is bleek.’ Knorde hij met de bordjes vis in zijn handen. ‘Ze is altijd bleek, Jordy, dat weet je toch.’ Hij knikte even en zei met zijn blik naar de zee: ‘wie jaren op zee zit is nooit meer bleek. Je huid wordt hard als karton en ruw als schuurpapier van de zilte lucht.’ Ik keek naar zijn armen en naar zijn hals. Hij had gelijk…en heimwee. Dat was zo pijnlijk duidelijk.

 ‘Ik ben niet hard,’ fluisterde Romy zodra Jordy zijn rug keerde. ‘Ik ben warm en zacht, vooral daar.’ En ze liet haar ogen naar mijn borsten dwalen en keek me meteen erna uitdagend aan. Ik sloeg mijn ogen neer. ‘Nee, Romy. Je bent hard, ook daar.’ Ik liet op mijn beurt mijn ogen rusten op haar borsten, haar kleine jonge borsten. Ze draaide met haar ogen. Een-een. Zij pakte me op mijn neurotische drang om het eten zuiver te houden in deze warme temperaturen en ik pakte haar terug, op haar afwijking. Romy vond het vreselijk dat ze geen grote borsten had en was stapelgek op mijn ronde boezem. Ze had zo de gewoonte om haar handen op mijn borsten te leggen, haar armen helemaal gestrekt terwijl ze tussen mijn benen geknield zat, haar kontje in de lucht en met haar mond tussen mijn dijen. Dan kneep ze me op het ritme van mijn gekreun. Achteraf zei ze eens: ‘voor wie denk je dat het het lekkerste is? Voor jou of voor mij?’ Voor ik haar antwoordde, had ik met de palm van mijn hand haar mond en kin droog geveegd en haar haar herschikt. ‘Voor mij. Beslist voor mij.’

 Ik wilde roepen dat ze folie moest trekken over de meloen en het aanrecht vegen, maar ik boog mijn hoofd, beet even in mijn lip en werkte verder. Ik sloot me af, voor het lelijke én voor het mooie want ook toen ze even later in het deurgat kwam hangen, keek ik niet op. Ze wiebelde van been op been en leunde erna tegen de deurstijl. Ze stak een voet vooruit en draaide met haar teen cirkeltjes op de grond. Ik hoorde hoe ze slurpte en zag uit mijn ooghoek dat ze een druppeltje sap van haar buik veegde. ‘Ik bijt in je vlees…’ zei ze langzaam. ‘Jij lekkere, lekkere, sappige …meloen.’ Ze slurpte, likte haar lippen en ik glimlachte maar keek niet op.

 Hoe kon ze? Hoe kon Romy doen alsof alles normaal was? Hoe gehavend haar lijf ook, haar geest bleef even oppervlakkig. Selena zei me ooit dat Romy niet in staat was pijn te voelen. ‘Pijn, dat maakt je sterk’ had ze gesproken. Ik was het niet met haar eens geweest. ‘Pijn, Selena, dat maakt je triest en moe en oud.’ Ze had me minachtend aangekeken en had het gesprek niet verder gezet. Selene wist het beter, altijd en over alles, maar ik ook. Misschien waren we daarom zulke goede maatjes, zij en ik. Ik mocht Selena graag, hoe kierewiet ze ook was en ik zei het haar ook, regelmatig, vaak op verschillende manieren. Zij mocht me ook, maar ze draaide met haar ogen als ik haar vertelde hoe graag ik bij haar was of hoe fijn ik het vond om met haar te praten. ‘Jij bent een eenzamen oude vrijster’ knorde ze dan, maar ik wist dat zij me minstens even graag had als ik haar.

 Ik twijfelde of Romy in staat was pijn te voelen. Ze ging er in elk geval vreemd mee om, helemaal anders dan ik. Ik was een emotiebeest, ik lachte, huilde. Ik was bang, blij, gulzig, hitsig, koud en boos. Ik was hevig, uitbundig, intriest, super geil. Ik voelde, ik leefde, intens, atlijd. Romy niet. Was dat beter? …En wie bepaald dat? Meer nog, wie bepaald dat en waarom? Niemand dus.


Romy (end of chapter III)

Wat voorafging: http://trixtheblog.wordpress.com/2010/04/03/romy-i-ii-iii/

Zwanger…ik wilde sinds mijn tiende zwanger zijn. Niet zoals zovele vrouwen omdat een kindje iets echt van jezelf is. Ik geloofde niet in dat soort eigendom. Ik verlangde naar een kindje omdat het me meer, nog meer in contact zou brengen met mijn eigen lichaam. Uit mij, uit mijn cellen zouden andere cellen ontstaan. Ik zou veranderen, lichamelijk en geestelijk. Ik zou zwellen, mijn borsten zouden knellen onder mijn kleren, ik zou mijn vagina voelen scheuren als het kind ter wereld kwam. Dat oer-aardse trok me aan. Ik droomde soms dat ik een kind baarde, maar telkens voor het echt ter wereld kwam, schrok ik wakker.

 En nu, Romy. Ik legde mijn hand op haar buik, streelde haar tere huid. Opeens was een kind dragen iets anders dan ik het altijd had gezien en gevoeld. Dat kind, daarbinnen, nog onooglijk klein was niet alleen van haar, niet alleen haar cellen, maar ook de zijne. Van hem, het beest, het zwijn. Hij die niet gezien had dat mijn kleine lieve Romy kwetsbaar was. Hij had haar zien lachen en met haar haar spelen en hij had haar genomen, zomaar, omdat hij dacht dat het kon. De bruut, het zwijn, de..de.. de man. Alleen een man kon zoiets vreselijks doen. Alleen een man kon je dijen blauw kneuzen en je zachtste stukje doen bloeden. Alleen een man kon van je zachte warme lijf een oorlogsgebied maken. Alleen een man…

 Ik zou nooit, nooit, nooit die grens overschrijden. Nooit.


Romy Chapter III part I

Ook het chapter I en II lezen? Ga naar: http://trixtheblog.wordpress.com/2010/02/01/romy-chapter-ii-part-iii/

Niets werd weer het oude. Ik hield mijn adem in toen Romy naar de slaapkamer liep. De deur bleef op een kiertje wiebelen in haar hengsels. Ik hoorde gemorrel aan de ladekast en de ijzige stilte die volgde, klonk oorverdovend luid. Ze zocht haar kleren. Ik voelde haar afgrijzen door de muren heen. Romy werd koud als steen en dat bleef ze. Ook de dagen erna als alles weer goed was, zogezegd, en ok ’s nachts bleef ze van ijs, wanneer ze haar smalle lijfje tegen mijn welvingen duwde.

De onbezorgde Romy was dood. ‘Je haalde mijn kleren weg,’ prevelde ze. Ze huilde niet. ‘Romy, je bent drie dagen weggeweest. Je komt en gaat en ik wil niet op deze manier. Ik kan het niet.’ Ze plooide haar mond tot een streepje. ‘Waar zijn mijn kleren?’ Ze deed het klinken alsof ik een berg diamanten had gestolen. Het ging over een jeans en een paar oude t-shirts. Toen ik het bundeltje op het bed gooide, graaide ze het onmiddellijk weg. ‘Ik deel geen lade meer met jou’, zei ze boos en haar infantiele reactie vertederde me. Wat stond ik hier ruzie te maken met een kind? Wat liet ik mijn hart en mijn lijf pijnigen door een snotneus? Met die idee, echter, besefte ik dat ik alleen maar in staat was luchtig te doen net omdat ze hier stond. Romy, Romy, Romy…

Ik wikkelde haar in een handdoek. Ze rilde. Romy kon heel erg bleek worden als ze kou had, blauwig blank. Haar lippen verloren al hun kleur en haar gekromde rug vertoonde ritmisch gelijkmatige bultjes daar waar haar ribben zaten. Ze legde haar armen rond mijn nek. Even genoot ik van dit gevoel, maar snel duwde ik haar bruut achteruit. Ik liet de handdoek vallen en legde mijn handen op haar borsten. Mijn handen bedekten haar hele borst. Haar kleine tepeltjes waren steenhard van de kou

Ze glimlachte, maar keek me toch half angstig aan. Ik kneedde haar borsten zachtjes in mijn warme hand. Ze bleef me aankijken en zuchtte hoorbaar. Ze vond het lekker. Ze sloot haar ogen en genoot. Ik bekeek haar gezicht bestuderend om elke millimeter van haar huid te zien.

Ik was kwaad op mezelf, ik stond in brand en wilde het niet. Ik wilde niet voelen wat ik voelde. Ik wilde niet dat deze kleine heks me verleidde, gewoon door te zijn, door te ademen, door te lopen door de lucht die de mijne was. Tegelijk wilde ik wel. Ik wilde haar voelen, nemen, hebben. Ik wilde  tegen haar liggen, haar haar ruiken, haar mond proeven. Ik wilde alles, maar wist niet hoe er aan te beginnen nu, zo na die drie dagen en dus deed ik niets. Niets behalve haar stilletjes tegen me aan trekken, rechtstaand in de badkamer, met de vochtige handdoek op mijn voeten en Dore die rondjes draaide tussen mijn enkels. Mijn kin rustte op haar hoofd. Ze liet haar armen langs haar lijf hangen en leunde vermoeid tegen me aan.

 ‘Hoe weet je of je zwanger bent?’ sprak ze droog. Een zin en ik stond met mijn voeten in de semi-marginale realiteit die Romy elke dag in mijn huis schiep. ‘Zwanger? Hoe weet je of je zwanger bent? Romy, waarom vraag je dat?’ ‘Gedraag je nu in godsnaam niet als mijn moeder. Help me gewoon, ja, kan je? Is dat teveel gevraagd?’ Ik pijnigde mijn hoofd om me te herinneren wanneer Romy de laatste keer gemenstrueerd had, maar ik kon zelfs mijn eigen cyclus amper onthouden. Zelden, dat wist ik. Romy was geen 28-dagen type, maar wanneer…? ‘Zullen we een dokter bezoeken? Wil je liever een test doen, thuis, een urinetest?’

Romy huilde geluidloos. Ze stond nog steeds in dezelfde houding met haar lange slungelige armen langs haar lijf,maar had haar hoofd nu opgehouden en keek me pijnlijk aan. Ik kon mezelf wat aandoen dat ik net nog verlangd had om haar tengere lijf te bezitten. Er groeide misschien een kind in haar schoot. Een kind… ‘Romy, wil je… kan je me vertellen waarom je denkt dat je zwanger bent?’ Ze snikte opeens door. Romy had geen woorden, zoals altijd. Geen woorden van spijt, geen woorden van uitleg, geen woorden van liefde. Romy had alleen een lijf. Ze gooide het in de strijd zo goed en zo kwaad ze kon en probeerde te overleven met dat wat ze kon inzetten. Ik moest haar nu geen keuze laten en vragen stellen over dokter of test. Ik moest haar leiden nu, opvangen, dragen, in haar plaats denken en de rotzooi organiseren of…opkuisen.

 Hij had het genomen, dat lijfje van haar, gulzig en bruut, niet wetend dat dit frèle meisjeslichaam geen grof geschut gewoon was. Hij had gekreund als een gewond dier, van genot, gehuild bij elke stoot die maar seconden van zijn ontlading verwijderd was. Pas ’s nachts als het huis helemaal stil was en ook de krekels eindelijk sliepen fluisterde Romy wat ze eigenlijk niet wilde vertellen, wat ze nooit had willen voelen.

Schrik niet als je met je billen draait, dat iemand het in zijn hoofd haalt om erin te knijpen. Romy had het niet zien aankomen, had gespeeld, zoals altijd, verleid, aangetrokken en net iets te laat afgestoten… of misschien wilde ze niet afstoten, en had ze pech gehad om op een te ruw exemplaar te vallen.

Haar gesnik wond me op. Dat was fout, maar het feit dat ze hier in mijn armen lag te snikken gaf me opeens een ontzettende macht over haar. Romy was van mij. Ik was van haar. Evenveel als ik verlangde om haar te doen plooien in mijn levensvisie, wilde ik haar uit mijn hart rukken. Romy was rauw. Romy was lief en zacht en Romy rook naar abrikoosjes. Romy was plat en vulgair en kende geen remmingen. Romy was….zwanger.

naast haar liggen, kijkend naar hij mond die de deuntjes van haar walkman geluidloos mee prevelde. Ik lag op mijn zij en streelde haar billen, haar buik en haar borsten. Zij tikte met haar voet in het zand op het ritme van de muziek. Voor we ons terug aankleedden om onze tocht verder te zetten, trok ze het decolleté van mijn T-shirt omlaag en zoog kort aan mijn tepel. Hmm, zei ze lachend. Jij bent lekker.


Romy (Chapter I part II)

(Wie het begin wil lezen, kijkt op http://trixtheblog.wordpress.com/2009/12/24/romy-chapter-one/)

Ze klapte het luikje van het slaapkamerraam met een smak dicht. Voordien had het gewerkt. Haar boosheid maande me aan om haar te troosten en met haar te praten. Meestal snikte ze dan luid en vleide ze zich tegen me aan. Ik streelde haar rug en na een paar minuten kuste ze mijn mond. Daarna verdween ze in de badkamer om haar gezicht te wassen en nooit kwam ze nog terug op de aanleiding of de gevolgen van haar uitbarsting of onze discussie. Romy maakte geen ruzie. Ze maakte zich kwaad en maakte het weer goed, maar het stukje daartussen waarin je uitlegt wat je standpunt is of waarom je precies dingen doet of zegt of voelt, dat ontbrak in haar proces. Romy had geen voorspel, geen naspel en geen gesprek nodig. Ze hield alleen van de hoofdschotel en dat maakte haar zo beperkt. Morgen gaat ze, nam ik me voor. Morgen gaat ze echt. Ik wilde haar nog een dag bij me houden, nog één dag en nog één nacht en morgen neem ik afscheid. Beslist.

Ik at rustig mijn ei en dronk de lauwe koffie. Dore cirkelde rond mijn stoel en draaide haar lijfje rond de poten. Ik aaide haar kopje en klopte op mijn schoot. ‘Kom dan, kom lekker op schoot,’ maande ik haar aan, maar Dore liet zich niet op schoot nemen. Ze spinde en knorde als een turbinemotor, maar verder kwam je niet. Ik probeerde haar op te pakken, maar ze glipte uit mijn handen en spurtte de struiken in. Op de acht maanden dat ik hier woonde waren de plantjes die Selena me bracht heuse knoesten van struiken geworden. ‘Je moet ze elke dag een beetje water geven en vergeet niet tegen hen te praten,’ had Selena me aangeraden. ‘Ze zijn zoals mijn man, aan de overkant van de taal. Jij hoort ze niet antwoorden, maar ze zeggen wel duidelijk iets. Geloof me.’ Selena had me geholpen om de verwilderde tuin aan te pakken en het werd me die dagen duidelijk waarom haar handen zo eeltig waren. Na het avondeten probeerde ik nog wat te schrijven, maar mijn vingers en handpalmen voelden zo pijnlijk aan dat ik de toetsen van het klavier niet meer kon raken zonder te kermen van de pijn. ‘Wat ben je toch een stadskindje,’ had Selena na een paar dagen gemompeld, maar ’s avonds na het werk in de tuin had ze mijn handen gemasseerd met geitenvet. Het goedje stonk als de pest, maar Selena had er giechelachtig over gezegd, ‘Ja, het stinkt, maar jouw stank heeft toch ook de kakkerlakken verjaagd, wel dit zal ook zijn werk doen.’ De hele nacht had de weeïge geur van het vet in mijn neus gehangen en ook de ochtend erna rook heel de slaapkamer ernaar, maar mijn handen voelden wonderlijk soepel en ik had Selena een appeltaart gebakken.  ‘Ben je jarig?’ had ze verwonderd gereageerd. ‘Dat wist ik helemaal niet.’ Dat ik haar alleen maar wilde bedanken voor haar hulp in de tuin en met mijn pijnlijke handen, vond ze geen rede en ze gaf me de appeltaart terug mee. De kordate houding van Selena, daar kwam je niet tegen in. ‘Kom maar eens terug als je me nodig hebt. Voor cadeautjes en ander stads gemekker, moet je hier niet zijn.’ Ze had met haar hand richting deur gewapperd en ik was met taart en al afgedropen. Later die middag liep Selena bij me binnen en gebaarde me naar de keukentafel. ‘Kom,’ zei ze wenkend met haar hoofd. ‘Eén stuk dan, omdat ik weet dat je het goed bedoelt, maar je moet nog veel leren over het echte leven. Taart eet je niet zomaar elke dag. Dat is niet respectvol voor de zondagen. Een dag moet zijn plaats in de week kennen. Erger nog is eten weggooien, dan is helemaal zonde. Dus kom nu maar op met die taart van jou.’ Ik  had me dankbaar bij Selena aan tafel geschoven maar had eerst met mijn voet het bakje van Dore achter de vuilbak geduwd. Ik wilde immers niet dat Selena zag dat ik mijn kat appeltaart voerde.

De struiken ritselden tegen elkaar terwijl Dore er tussen kroop en ik ruimde de ochtendtafel leeg. Romy was nog steeds in de slaapkamer en maakte geen geluid. Nadat alles in de vaatwasser was verdwenen en ik het brood in de kast had geborgen, opende ik de slaapkamerdeur. Romy lag op haar rug, in het midden van het bed. Haar armen waren gekruist achter haar hoofd. Ze keek me strak aan. ‘Romy…’ sprak ik, maar ik kwam niet verder. Ik wist ook helemaal niet wat ik haar wilde zeggen of vragen. Ze bleef me strak aankijken en sprak langzaam en kil. ‘Jij neemt nog liever die rotkat van jou, die niet eens van jou is, op schoot dan mij.’ Ik moest lachen, om haar idiote opmerking, om de vergelijking tussen haar en de kat, om haar jaloezie op een haarbal op vier poten. ‘Je stond dus aan het raam te gluren?’ lachte ik luid en liet me op het bed ploffen. Romy’s gezicht klaarde op en ze dook op mijn rug. Ze sloeg haar arm rond mijn hals en duwde haar gezicht tegen mijn wang. ‘Ik hou ervan als je lacht!’ gilde ze en ze trok me achterover op bed. ‘Romy, hou op, niet doen.’ Zei ik maar ze kietelde me en ik kon mijn lach niet inhouden. ‘Lachen! Lachen! Nog lachen!’ riep Romy terwijl ze schrijlings op mijn buik kwam zitten en mijn hals en oksels kietelde. Ik bood amper verzet maar greep na een paar seconden toch haar handen en riep luid, ‘Genoeg!’ Romy maakte haar handen los uit mijn greep en trok haar haarlint los. ‘Gaan we nu naar zee?’ vroeg ze, terwijl ze van het bed stapte en in de lade haar bikini nam. Weer stond ik versteld van de snelheid waarmee Romy van humeur kon wisselen. ‘We gaan naar zee’ knikte ik en trok het laken weer netjes recht.

TO BE CONTINUED


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 793 other followers