Schietgebedje
Geplaatst op: oktober 17, 2011 Gearchiveerd onder: moeders | Tags: anesthesie, bijnadoodservaring, dood, krullen 1 Reactie »Ik weet het, ik ga morgen vast niet dood. Het is tenslotte maar een kleine ingreep. Ik ken echter het gelukzalige gevoel van anesthesie. Zacht, volledige overgave. De idee dat je geenszins verzet kan bieden en alleen maar kan ondergaan.
En daar gebeurt het. Ik denk telkens dat het daaraan is dat mensen met een bijnadoodervaring refereren: zweven, licht, oneindig. Vrede. Rust.
En dan stopt het. Niets meer. Tot de pijn komt, die ontwaken heet. Het gewauwel van de recoveryroom. Onder elkaar pratende collega’s – verplegers zijn mensen, je wil dat al eens vergeten – doorboren je onontwaakte bewustzijn. Hun woorden priemen je hersenen binnen en dwingen je ogen zich te openen. Veegt u even de smeer van mijn ogen, aub, wanneer ik ontwaak. Het kleeft zo. En doe nu rustig met de tube, plet mijn strottenhoofd niet. Het scheelt een hap op de borrel en ik slik liever dan ik kwijl.
Het eindeloze uur, kwartier, die halve dag dat je weg bent, is zo vergeten. De striemende pijn dwingt je tot de werkelijkheid, maar je geest weet waar het beter is.
Beangstigend en bevrijdend tegelijk. Niet meer zijn.
Ik denk zo, aan de vooravond van de ingreep of ik zou willen blijven, daar waar het stil is.
Ik denk daar aan…
En dan is er die andere realiteit. Mijn dochter van drie gilt uit haar slaap. Voor de tweede nacht op rij braakt ze haar bedje onder. Haar blonde krullen drijven in de brij. Ze jammert, heeft rode wangen. Ze kijkt me angstig aan en prevelt: ‘ik heb niet in mijn broek geplast.’ ‘Nee’ sus ik haar, maar ze hangt te vol braaksel om haar tegen mijn borst te trekken. Ik laat het bad lopen en stroop haar fluwelen pyjamaatjes van haar mollige lijfje. Langzaam dompel ik de spons onder water en streel haar trillende buikje warm. ‘Sssst mama is hier’,fluister ik, terwijl ik haar haartjes voor de tweede keer vanavond was. ‘Stil maar, mama is hier.’
Meteen prevel ik een schietgebedje. ‘Dat de anesthesist van dienst zijn vak kent! Ik heb hier nog werk.’
Ik weet het, ik ga morgen vast niet dood. Het is tenslotte maar een kleine ingreep.
Oude wijven
Geplaatst op: juni 10, 2011 Gearchiveerd onder: mannen, moeders, Vrouwen | Tags: bier, dochter, dokter, moeder, seks 3 Reacties »Komt een vrouw bij de dokter, zegt die dokter: ‘jij ziet er een beetje moe uit’ ‘hmhm’ humt de vrouw en buigt het hoofd.
Ik schrik altijd als ik met vrouwen praat die even oud blijken te zijn als ik. Wat zie jij er oud uit, denk ik dan. Zo’n rimpels in dat gezicht, en wat staat je mond bitsig. Erger vind ik het als ik meisjes terug zie waarmee ik ooit studeerde. Zo helemaal vrouw geworden, verwonder ik me dan, terwijl ik een meisje ben. Alhoewel…
Een paar weken geleden ging ik met een lieve vriendin naar een fototentoonstelling op de school van haar dochter. Mooie vrouw, die vriendin van mij. Om in te bijten. Heerlijk ook om met haar op stap te gaan, meisjespraat, lachen, overleg over het mannenvlees op straat, keurende blikken naar die mannen en veelzeggende blikken naar elkaar. Ze haalde me op bij me thuis, kletsend en giechelend als twee trienen reden we naar de school.
Hoe gek toch dat terwijl we daar aankwamen als twee meisjes, de woorden en blikken van haar dochter en haar vrienden ons opeens oude wijven maakten. ‘Mama! Drink jij bier!’ haar dochter deinsde met haar bekken achteruit, de hand voor haar mond. Stel je voor, een moeder die bier drinkt. Mijn vriendin antwoordde met niet meer dan een minzame glimlach.
Ik boog me naar haar toe en fluisterde, ‘ja, wij drinken bier! En wij hebben nog seks ook! Stel je voor!’ We lachten er maar om, maar het zette me wel aan het denken. De idiote cliches zoals ‘je bent zo oud als je je voelt’ en ‘het is de binnenkant die telt’ van de tafel geveegd, blijf je wel met de realiteit over. Voor een kind van 16 zijn wij oude vrouwen.
Ik heb het geluk dat mijn man 10 jaar ouder is dan ik, dus ik blijf een jonge vrouw in zijn ogen, althans dat hoop ik. De openheid – waarmee ik vast evenveel geluk heb – waarmee hij over andere vrouwen praat is helaas af en toe ontluisterend. Er zijn vast wel mannen die houden van een vrouwenlijf in verval, hen achterna kijken gebeurt zelden. En als ze moeten kiezen, gaan ze ook niet voor de oma, maar voor de dochter. Maar sta je ergens in de buurt van een bende beugeldragende bekkies van zestien dan zie je voorbij wandelende mannen, van welke leeftijd of alooi dan ook, wel omkijken.
Zo ging ik vorige week met mijn dochter van 12 winkelen. Het viel me op hoeveel mannen haar aankeken, zo voorbijlopend op straat. ‘ZE IS TWAALF’ wilde ik gillen en ook nog ‘POTEN THUIS’ maar zij glimlachte even minzaam als mijn vriendin na de uitspraak van haar dochter. Ja wij drinken bier, dochters en dus ook, ja, wij worden nagekeken mama.
Help! Ik weet niet welke houding ik me moet geven wanneer er op een familiefeestje een nonkel bewonderend fluit naar mijn dochter of zelf zonder gene zegt dat ze vast ‘een heet stuk wordt binnen een hete zomer of drie’. Tegen hem zeg ik dan wel ‘POTEN THUIS’ zeggen, maar ik verander de realiteit niet.
‘Ik ben helemaal niet moe,’ zegt de vrouw tegen de dokter. ‘De tijd gaat alleen wat snel’ en de dokter knikt begrijpend. Meer is er niet.
En toch, los van spiegels en dochters van 12 of 16, ben ik nog altijd een meisje. Mijn man bevestigt dat, met een tik op mijn billen wanneer ik voor hem de trap op loop. ‘Jij wordt mijn dood nog’, kreunt hij dan, net voor ik hem de slaapkamer in trek.
Zondig
Geplaatst op: juni 8, 2011 Gearchiveerd onder: moeders | Tags: communie, dochter, god, katholiek, kerk, moeder, zondig 7 Reacties »In het klasje van vijfentwintig kinderen waar mijn dochter in zit, doet iedereen zijn communie. Daarvoor zijn ze al een heel schooljaar lesjes aan het krijgen. Over ‘wie ben ik’ en over ‘wie zijn de mensen die van mij houden’ om dan uiteindelijk bij het ultieme katholieke credo te komen ‘God ziet mij graag’.
Ik weet niet of God mij graag ziet, maar van mijn dochters liefde ben ik wel overtuigd. En zij fluisterde mij tijdens een knuffeltje in mijn oor: ‘mama, ik geloof niet in God, mag ik dan mijn communie wel doen?’
‘Nee’ was mijn standpunt. Volgens de katholieke kerk ben ik immers een zondige vrouw. Ik heb verbroken wat Gods woord verbonden heeft en ik heb de jaren na mijn scheiding in volledige zonde geleefd, met een man die ook nog eens Gods woord geschonden heeft. Echt slecht voelde dat niet, moet ik zeggen en naast de dagelijkse demonen waar iedereen mee worstelt is de duivel me nooit verschenen.
Mijn dochters ziel is misschien nog te redden, maar ik vrees er voor. Ze krijgt een te vrije opvoeding en is op haar acht al te pienter om de voorgekauwde catechismus te slikken. Ze stelt vragen, trekt conclusies en leeft volgens de waarden die ze deels van huis uit meekrijgten de waarden die ze in haar jonge leven zelf bij elkaar sprokkelt door conclusies te trekken uit handelingen van anderen.
Wij gaan niet naar de kerk. Wij bidden niet. Wij hebben geen bijbel in huis en wij leven niet volgens de regels van de katholieke kerk en godbetert, ik heb niet alleen seks voor procreatie – al kan je daarvan misschien wel uitgaan door het aantal kinderen dat hier rondloopt. Wel staan er een stuk of wat heiligenbeelden in mijn huis en hangt er in de keuken een ‘god ziet mij, hier vloekt men niet’ maar dat heeft meer te maken met mijn voorliefde voor vooroorlogse kitsh dan met geloof.
En dus nee, mijn dochter wil haar communie niet doen. Ze deelt dat ook zo mee aan de juf. ‘Ik geloof niet in God dus doe ik mijn communie niet.’ Een luid geproest barst los in de klas. ‘wij geloven ook niet in God. Moet dat dan?’ De juf schudt nee. ‘Je communie doen is een traditie, Ella,’ zegt ze belerend. ‘Wij doen dat allemaal samen, het wordt ‘leuk’ en dan krijg je een feestje met cadeautjes en een mooie jurk.’
Mijn dochter is een wijsneus. Ze heeft dat vast van mij. Met verbeten lipjes schudt ze heftig nee. ‘Wij feesten al zoveel! En ook,…’ ze blijft bij haar standpunt. ‘Ik geloof niet in God.’
Goddeloos en een drankorgel, dat is vast wat ze van me moet gedacht hebben, die juf, al is ze op de dag zelf wel heerlijk lief omgegaan met het vreemde eendje uit haar klas. Ik ben stiekem een beetje trots op mijn kleine meid die met haar acht jaar en haar eerlijke standpunt de hele hypocriete bende lik op stuk geeft. Niet om de anarchie in haar houding, maar wel om de oprechtheid. In het ‘huis van God’ om ‘vergiffenis’ gaan vragen en dan ‘het lichaam van christus’ tot je te nemen. Goh, echt aantrekkelijk klinkt dat niet voor een achtjarige, maar feestjes en cadeautjes wel. Toch trapt ze er niet in. Bovendien zijn er tenslotte nog steeds mensen die wel in God geloven, misschien wel meer dan je denkt als je de katholieke facebook-pages-fans telt. Een klein beetje respect voor die mensen is misschien ook niet fout.
De dag zelf mocht mijn dochter de ‘spulletjes’ klaar leggen, zoals het boekje met tekstjes en de blaadjes met muziek uitdelen. Ze huppelde tussen de kerkbanken door en maakte hier en daar een praatje. De 24 communiezeiltjes zaten verstijfd van de stress en de haarlak en Remy in hun hemdskragen en de moeders liepen zenuwachtig heen en weer.
Ik zat achteraan in de kerk, zowat de voorlaatste rij. Toeschouwer van een slecht gerepeteerd toneeltje, trots op de gebronsde schoudertjes van mijn prinses en zondig. Vooral zondig, althans in het oog van God.
Mirabel
Geplaatst op: mei 5, 2011 Gearchiveerd onder: moeders 1 Reactie »Een versje
Een versje
Je vraagt het elke dag
Maar rijmen is zo moeilijk
Als het moet, als het mag
Ik hou van jou
Elke dag
Of moet ik vragen
Of ik mag
In je armen
Lieve schat
Of spitter spetter
In het bad
Konijntjes in je haar en broopam op je bord
Boekjes lezen en rugje wrijven
Tot Mini maxi wordt
Slaapwel Mirabel
Slaap maar lekker in
Mijn lieve, kleine, zachte, zoete
mooie…Marilyn
Voor onze jongens
Geplaatst op: april 14, 2011 Gearchiveerd onder: mannen, moeders, Vrouwen | Tags: jongensnaam, liefde, moeders, namen, Sandy, seks, voornaam, Wesley 1 Reactie »Ik moet, ik kan niet anders dan een pleidooi houden voor alle jongens die nog mannen moeten worden, meer nog, een pleidooi voor alle jongens die nog moeten geboren worden. Ik richt mij tot hun moeders, toekomstige moeders.
Lieve dames, u die uw biologische klok voelt tikken, u net liet bezwangeren of dat eerstdaags denkt te laten doen, mag ik even een redevoering houden ten voordele van het mannelijk geweld dat u met alle geweld op de wereld wil zetten…?
Natuurlijk moeten die jongens een goede opvoeding krijgen en een juist beeld van vrouwen en moeten ze opgeleid worden tot alle mogelijke –seksuelen, de metro’s en dergelijke inbegrepen, maar sta er toch even bij stil dat alle succes van zo’n kereltje in zijn vedere leven begint elke keer opnieuw op het ogenblik dat hij zijn naam uitspreekt.
Het is niets om trots op te zijn, maar ik moest mijn lach onderdrukken toen hij mijn hand schudde en ‘Wesley’ zei. Wesley?! Wat voor een naam is dat? Wilt u nu, als moeder dat uw kind met die naam door het leven moet? En dacht u dan dat hem dat de uitstraling van een viriele, aantrekkelijke man zou geven? Wesley?! Ik ken er maar één en dat is Sonck en geef toe, geweldig veel tijgergehalte heeft die Sonck niet.
Haal dat truitje van de schouders en er blijft een schriel, bleek lijfje over, waar dat baardje dan hard tegen afsteekt. Wesley, dat past wel bij zo’n iel mannetje, dus als u uw zoon de wereld in pure barensnood de wereld inschopt, kreun dan niet Wesley als de vroedvrouw om zijn naam vraagt. Het wordt een ieltje. Echt.
Erger nog was het lot van de man die ik destijds ontmoette. Een beest. 1,95m groot, breed als de kleerkast van mijn grootmoeder. Pure eik. Hij had een bed van 1,60m voor hem alleen nodig. Handen als kolenschoppen, waar mijn borsten die nu niet bepaald A-cupjes zijn in verdronken. Hij had een bulderstem, donkere weerbarstige wenkbrauwen en doordringende donkere ogen, kooltjes die in de nacht alleen maar blonken. Hij had een eigen zaak, dronk elke vriend onder tafel en had pas na twee T-bones een voldaan gevoel in de maag. Maar zijn naam….kreun, kreun, kreun. Ik schaamde me dood als ik zijn naam moest uitspreken, durfde mijn vriendinnen zijn naam niet vertellen, noemde hem heel erg bewust SCHAT en sprak hem in het bijzijn van anderen NOOIT met zijn naam aan.
Hij heette Sandy. Sandy!? Ja, zoals Tura, dat dingetje waar Luc Alloo blij mee is. Sandy, maar geef nu toe, dat is toch onmogelijk om daarmee door het leven te gaan? Geloof me dat ik na een periode intensief heen-en-weer in woord en daad, ik afhaakte op zijn naam. Zijn moeder was zooo trots op haar Sandy en kon die naam dan ook nog eens te pas en te onpas vol adoratie uitspreken en zijn vader breidde er nog een ‘onzen’ voor een ‘ieiejj’ achter.
Ik nam afscheid van onzen Sandieiejj en keek niet om. Sindsdien vraag ik altijd onmiddellijk naar de voornaam en geef elke man het recht om zijn geboortelot te vervormen, verbuigen of verbasteren tot meerder glorie van zijn liefdes- en seksleven.
Lieve moeders en moeders in spe, denk aan uw zonen hun slaagkansen als het op versieren aankomt en geef hen aub, aub geen Sandy of Wesley als naam. Het lijstje met andere niet te kiezen roepjes, kan u op aanvraag krijgen.
Slimme ogen en een verstandige kont
Geplaatst op: maart 8, 2011 Gearchiveerd onder: moeders, Vrouwen | Tags: borsten, harry potter, kont, man, marco Borsato, vrouw, vrouwendag 2 Reacties »Omdat het moet, omdat ik een vrouw ben, omdat ik om de oren geslagen wordt met nonsens over Vrouwendag, omdat het tijd is dat vrouwen vrouwen zijn, tout court.
Dames,
Liever niet/geen
linnen broeken dragen (altijd slorig en het verdikt je zo!)
beweren dat je alles over kunst weet
ongeschoren oksels
oeverloos discussieren over politiek – no one is listening!
Hoog oplopen met Harry Potter of godbetert Marco Borsato
Parfum dragen die niet bij je leeftijd past
Schoenen zonder hakken dragen
aanstellerig gesticuleren
met een geforceerd accent praten
niet weten dat je lelijk bent omdat je slank bent
dom zijn
onfris ruiken
pretentie hebben
fake kirren
een legging dragen (meest onsexy kledingstuk ooit!)
je superieur voelen
zagen over je man
je voeten niet verzorgen
jammeren dat je niet zwanger raakt
jammeren dat je zwanger bent
jammeren over je tepelkloven, menstruaties, hoofdpijntjes
slechte beha’s dragen (get those tits up honey!)
niet weten dat je mooi bent, ook al ben je te rond
met je witte benen blootlopen
denken dat je knieën mooi zijn (scharnieren zitten aan de binnenkant van een kast, met een reden!)
luid praten
burburry kleding dragen
een nerd-bril op je neus
oorbellen die van kleur vergaan zijn dragen
de ontstoken gaatjes van je oorbelen niet verzorgen
je schaamhaar laten groeien
je haar verven en permanenten (be natural, you’re beautiful)
jammeren dat je weer moet wassen/strijken/opruimen (get a housekeeper!)
zuur kijken
zagen dat er geen goeie mannen meer zijn (I know plenty of them)
klagen over geld
jammeren als zijn vrienden komen
zeggen dat het ‘zijn’ kind is wanneer ze iets fout doen
roddelen
roddelen
RODDELEN! (get a life, please!)
Kleren in A-model dragen (ja uw gat is te dik in die rok)
Manipuleren (je bent ook goed in andere dingen, laat het dus)
Kwaadspreken over zijn vrienden
Het wijveke uithangen
Zagen dat je veel werk hebt, en eigenlijk geen poot uitsteken
Woorden gebruiken als ‘girlstime’ en ‘me and my girls’
Denken dat de wereld vergaat als je geen make up draagt
Verwachten dat een man zich als vrouw gedraagt
Willen dat hij ervoor zorgt dat jij je ding kan doen
Denken dat hij nu voor altijd bij jou blijft
Je schamen omdat je borsten wiebelen als je bovenop zit
Je schamen omdat je kont wiebelt als je achterlangs genomen wordt
Denken dat jij anders bent (you’re not!)
Nonsense verkopen over Vrouwendag
Naar bed
Geplaatst op: maart 7, 2011 Gearchiveerd onder: moeders | Tags: fluisteren, mond, oor, slaap lekker 6 Reacties »Of ik in haar oortje wil blazen…. Ze vraagt het glimlachend, schelms. Ze kijkt me uit haar ooghoeken aan. Terwijl ze het vraagt, spant ze haar spieren al op.
Ik leg mijn vinger op mijn mond…sssssttttt fluister ik en ik trek mijn wenkbrauwen op. Mijn ogen lachen, ook al kijk ik serieus.
Heel langzaam breng ik mijn mond bij haar oor. Ze ligt muisstil, verroert geen millimeter. Ik leg mijn lip tegen haar oorschelp, geef er een muizekusje op en dan blaas ik, langzaam en warm.
Ze knort, grolt en kronkelt met haar kleine lijfje. Ik zie hoe de haartjes in haar hals overeind gaan staan. Ik kroel haar buikje, duw mijn neus in haar hals.
‘Lekker’ fluistert ze. ‘Lekker mama’
‘Slaap lekker’, zeg ik tegen het oortje en knabbel er even aan. ‘Slaap lekker, kleine stekker. Slaapwel snottebel.’ Ze giegelt en trekt haar beer tegen haar neus. Haar ogen zijn al dicht nog voor ik het licht doof
Sproetje
Geplaatst op: december 29, 2010 Gearchiveerd onder: moeders 2 Reacties »Ze ontwaakt zoals alleen tweejarigen dat kunnen. Verfomfaaid met wilde haren en haar slaapkleedje helemaal tot onder haar oksels gewriemeld. Meteen een glimlach.
‘Wakker’ zegt ze vrolijk. Zo blijk ja, een mededeling over een feit. En dan volgt er ‘pakken!’. Twee mollige armpjes gaan de lucht in. Ze recht haar rugje.
Ik reik mijn armen maar trek ze weer terug. Ze kent het spelletje en laat zich kirrend achteruit op het bed vallen. Eindeloos kunnen we doorgaan met reiken en vallen, maar vandaag valt mijn oog op iets anders.
Haar rechtervoetje heeft een vlekje. Ik neem het voetje in mijn hand, kriebel haar knieholte en pier met mijn slechter wordende ogen om te zien wat er aan haar voet kleeft.
‘Weet-e-niet’ trekt ze haar wenkbrauwen omhoog. Ze tuit haar mondje. ‘Vuile voete?’ vraagt ze. Ik schud. ‘Nee, het is iets anders.’ Ik wrijf over het vlekje, ze giechelt.
‘Hou nu even stil, Mini, dat ik kan zien wat er op je voet zit.’ Ze perst haar ogen en mondje dicht en doet alle moeite van de wereld om niet te giechelen, maar trekt haar beentje telkens met korte snokjes op en neer van de kriebel.
‘Het is een sproetje!’ zeg ik verbaasd en luid. ‘poetje?’ vraagt ze en ze plooit haar voet tot tegen haar neus, lacht en herhaalt dan bevestigend: ‘ja, poetje!’
‘Wat een gekke plek voor een sproet…’ bedenk ik luidop. ‘Zo helemaal op de zool van je voet. Ik heb dat nog nooit gezien’
Ze draait op haar knieën het bed rond, ‘zotte poeteke zotte poeteke! giechelt ze. Ik grijp haar vast, plooi haar tegen me aan en kus haar warme nekje.
‘Nee mama!’ gilt ze. ‘Nee, niet nekje, zotte poeteke!’ en ze duwt haar voetje tegen mijn mond.
Kusjes, kusjes, kusjes… op het sproetje op de zool van haar voet.
Sneeuwzwartje
Geplaatst op: december 5, 2010 Gearchiveerd onder: moeders | Tags: dwergen, mindervalide, necrofiel, sint, Sneeuwwitje Laat een reactie achter »
Het is het moment, toegegeven, het witte wereldje buiten noopt ons hoe dan ook al tot bed, bank, sprei-activiteiten en ze hoort het zo graag. Het haar malse knuistje wijst ze richting nachttafel. Ze gulpt ondertussen haar melk binnen. Twee geworden, verwend door de sint en in afwachting van het slapengaanverhaal. ‘SSSSSSSNeeuwetje’ slist ze met de speen van het papje in de mond. ‘SSSSSSSNeeuwetje leze’. En zo geschiedde.
Bekroop me toch even een paar bedenkingen bij het lezen van deze prachtig herwerkte parel onzer jeugd.
Sneeuwwitje, kind van een koning en een koningin kreeg bij haar geboorte van haar ouders die alleen maar oog hadden voor elkaar, al geen normale naam mee. ‘Ze waren heel gelukkig’ staat er in het boek. Die twee lagen dus heelder dagen te wippen en konden geen naam voor hun kind bedenken uit pure opstoot van het sekshormoon. Het arme schaap werd van bij de geboorte al gedoemd om een verloren leven te leiden. Naamloos.
Kent ze meteen het ongeluk om van moeders borst ontrukt te worden, trouwt die vader – die vast weer meer met zijn pik dan met zijn hoofd denkt – een kreng van een tweede vrouw die niets anders doet dan in de spiegel kijken. Ze is bovendien kriekezot, want ze beeld zich in dat die spiegel tegen haar praat.
Wordt dat Sneeuwwitte kind uiteindelijk toch een meisje, opgesloten in dat gigantische kasteel, het licht in de ogen niet gegund door madam miroir. Meer nog, dwangmatig en neurotisch als stiefmamaa is, dwingt ze haar tuinman – waarmee ze vast ook een passionele relatief heef – waarom zou de man anders instemmen tot het vermoorden van haar stiefdochter – tot het ‘verwijderen’ van het kind.
De domme onkruidplukker sleurt het arme Sneeuwitje mee in het bos. Hij dood haar uiteindelijk niet. Wat denk je dat dat kind heeft moeten doen om in leven te blijven, als hij al de zotte stiefmoeder neukt… Duidelijk, toch!?
Gehavend zieltje dat ze is, sleurt ze zichzelf door het bos en ziet ze een huisje. Zeven kleine stoeltjes, zeven kleine bedjes. Doodmoe en angstig vleit het mooie kind zich op de bedjes. Komen daar ’s avonds zeven mindervalide kerels binnen, nooit uitgegroeid tot man en als lepralijders afgesloten van het normale leven. Overdag hakken ze de mijnen in brokken en ’s avonds leven in een boshut zonder enig comfort.
Meteen wordt Sneeuwwitje gedwongen tot het kuisen van hun huis, het bereiden van hun voedsel en moet ze verder ten dienste staan van deze zeven mannen die al jaren geen vrouw meer gezien hebben. Arm arm schaap wordt avond na avond bepoteld door de zieke geesten wiens handen nog zwarter zijn dan hun geblakerde ziel. Ze verbieden haar om met iemand te spreken en als het meisje overdag dan toch eens bezoek krijgt van een oud wijveke, vergiftigd die haar nog ook. Hoe gruwelijk kan het worden?
Die zeven zieke mindervaliden zijn nog zieker dan je kan denken, want in plaats van het kind te verzorgen, stoppen ze haar in een glazen kist…om naar haar te kunnen kijken, zo mooi vinden ze het meisje. Stel je voor zeg, lig je daar in die kist en staan er constant zeven idioten naar je te loeren. Ik zwijg maar over wat ze nog allemaal doen, zo kijkend naar dat mooie meisje.
En dan, als je denkt dat ze zowat alles heeft meegemaakt, komt er een necrofiel op een paard langs die zijn macht misbruikt en de zeven zieke sloebers een loer draait door het kind in kist mee te nemen naar zijn kasteel. Hij wil voor altijd naar haar kunnen kijken. Hallo? Naar een dood lijf in een glazen kist? En ik dacht dat die zeven mindervaliden al ziek waren…
En dan blijkt dat die appel in haar keel was blijven steken. Het bewijs dat die stiefmoeder een onhandig kluns is want met een schepje arsenicum leg je een paard om, dat weet iedereen toch. Sneeuwwitje wordt wakker en wordt gedwongen om met die wildvreemde necrofiel te trouwen en zijn misbaksels van kinderen te baren.
…en ze leefden nog lang en gelukkig… Euh? Wie?
Met rozige wangen en oogjes die heel langzaam open en dichtgaan ligt mijn bloedje zwaar ademend tegen me aan. Ik doof het licht en duw mijn gezicht in haar halsje.
Slaap lekker Mini. Ik hou van je. Slaap lekker schat. Nooit bij dwergen gaan wonen, nooit met necrofielen trouwen, nooit in appels bijten, gewoon lekker slapen nu.
En ze knort, draait op haar zijtje en is vertrokken.
Hierarchie in liefde
Geplaatst op: december 2, 2010 Gearchiveerd onder: communicatie, moeders | Tags: geheim, hiërarchie, neuken, tweeling 2 Reacties »Er was zo eens iemand die me zei: ‘zolang het in mijn hoofd allemaal juist zit, is het goed.’ Naast het feit dat ik dat een redelijk benepen opmerking vond, beetje egocentrisch ook, was het wel een waarheid als een koe.
Zolang het in je eigen hoofd allemaal juist zit… Voor mij betekent dat dan concreet dat de hiërarchie moet gerespecteerd worden. Hiërarchie in de liefde – Ik hou van jou, ik hou meer van jou en van jou hou ik het meest – , klinkt dat gek?
Ik zie vrolijke singles zich gulzig bedienen van deze onuitgesproken theorie. Maandag neuk ik A, dinsdag B, maar ik neuk het liefst met C en als zij me belt op maandag om af te spreken dan schuif ik A en indien nodig zelfs B aan de kant. Hiërarchie… dus. Die hiërarchie verloopt bij vele van deze happy singles harmonieus want contacten zitten verweven als een web. Vermits iedereen verschillende afzetgebieden bedient en zo zijn ritme en rijrichting heeft, wordt er hoe dan ook wel op een aanvaardbaar gemiddeld aantal keren per week van bil gegaan.
Het heeft geen zin om je dik te maken als jouw preferé net niet op hetzelfde moment aan jouw nummer in zijn lijstje komt, er zijn immers nog alternatieven zat en meer nog, het tegelijk aangename als pijnlijke aan de zaak is dat niet ieders topdrie dezelfde is. Het is dus niet omdat mister A jouw voorkeur geniet dat jij ook bij hem op nummer één staat. Dan komt het erop aan je afzetgebied te bevolken met heel veel nummer 2’s die misschien wel in staat zijn om je die mister A heel even te doen vergeten, zo ongeveer anderhalf uurtje. Dat volstaat meestal wel.
Te plastisch? Vanmiddag uitte zich deze hiërarchie heel anders. Mijn twee dochters vertelden tussen het verbrokkelen van een pizza door – meisjes van 12 eten niet, ze verbrokkelen hun eten om je de indruk te geven dat ze ‘aan het eten’ zijn – dat er een ‘geheim’ was. Ah, een geheim… als er nu iets is waar ik een grondige hekel aan heb, dan is het aan geheimen. Ze geven je immers de indruk dat je iets onwaarschijnlijks plezant, lekker, interessant misloopt, maar eigenlijk zijn ze meestal dom, onbelangrijk en flut. Niets is zo leugenachtig als een geheim. Het stelt zo geweldig teleur eens je erachter komt.
Het geheim zat bij een vriendin. Zij had dat geheim aan een van mijn tweelingdochters verteld en erbij gezegd dat de andere het zeker niet mocht weten. Zo gaat dat met geheimen. Oei, een moeilijke. Wanneer je eet, slaapt, studeert, ruziet met telkens diezelfde tweelingzus, dan is geheimen hebben nogal moeilijk. Dus dat geheim van de vriendin kwam opeens tussen de twee meisjes, die anders elkaars beha vasthaken, wenkbrauwen inspecteren, pukkels knijpen en voeten masseren, elkaars les opvragen, sokken opvouwen, bad laten lopen en elkaar liefdevol een nieuwe rol wc papier aanreiken waneer de ene of de andere een mega-stankwolk in de badkamerlucht stuurt. De harmonie is geblutst.
En toen kwam ik met mijn hiërarchie aanzetten. Wanneer je voor jezelf een hiërarchie uitdoktert in de mensen waarvan je houdt, vertelde ik hen, dan raakt de harmonie niet geblutst – als de dood zwijgend over de volgorde en het ritme waarop je liefjes en minnaars tevreden houdt, mijn bloedjes zijn 12 en oordelen dat hun moeder al lang geen seks meer hoort te hebben, vluchten de kamer uit wanneer ik me tegen mijn man kronkel op de bank en steken in elk oor een vinger en zingen heel luid lalalala wanneer ik over seks praat.
Een hiërarchie…dat vonden ze interessant. Alleen hoe bouw je zoiets op? En ook, dan moet je dus altijd iemand teleurstellen, want wie op plaats 3 of 4 komt voelt dat vast in het ritme en de intensiteit waarmee je communiceert, elkaar ziet en …geheimen deelt of geheim houdt.
Klopt! Ik knikte, maar hun ogen bleven als schoteltjes zo groot. En toen kwam er een knaller. ‘Maar mama, stel nu dat wij in onze hiërarchie jou op plaats 423 zouden zetten, hoe zou dat dan voelen? Daar zou jij toch niet blij mee zijn?’
Soms, heel soms, echt ongelooflijk zelden heb ik twee seconden geen reactie. Ik heb altijd een antwoord, een mening – die ik even graag bijstuur – een visie, een oplossing. Ik ben ervan overtuigd dat gezond verstand alles oplost, ook wanneer het probleem onoverzichtelijk is, raakt het opgelost door het uit elkaar te rafelen en met gezond verstand te benaderen… maar soms open ik mijn mond en komt er niets uit.
Opeens geschater. ‘Kieke! 423!’ ze porren elkaar in de zij. Ik gremel even groen mee, maar herpak me. ‘Dan kan ik daar niets aan doen’ antwoord ik. ‘Indien ik bij jou op plaats 423 kom en jij vindt dat terecht, dan kan ik daar niets aan doen. Ik ben immers alleen maar verantwoordelijk voor mijn eigen gevoelens én daarbij voor mijn eigen hiërarchie. Ik heb de jouwe te respecteren. Uiteraard zit het lekker als je zo ongeveer wel op een gelijkwaardige plaats staat, maar een noodzaak is dat niet. Wanneer je rust hebt me je eigen hiërarchie, dan is er geen reden voor onzekerheid, toch?’
Ze knikten en keken elkaar onderzoekend aan. Er werd nog weinig gezegd en toen ze – weer veel te laat natuurlijk – zich in hun jassen en sneeuwlaarzen gewurmd hadden, zag ik ze over het terras naar de straat lopen, …hand in hand. Mijn tweeling, elk worstelend met hun onduidelijke hiërarchie.
