De arm der wet
Geplaatst op: januari 14, 2010 Gearchiveerd onder: magazine, mannen, Vrouwen | Tags: boete, Guido Everaert, iAct, Jan Van Aken, Marc Michils, marketers, politie, Tamara Gielen 4 Reacties »
Ik grinnikte nog even toen het kleine grijze wagentje voor me paniekerig de pechstrook opreed. De combi had zijn zwaailichten aan en de agent riep iets onverstaanbaars door de parlofoon. De angstige chauffeur draaide schichtig aan zijn stuur en trapte hard op zijn rem. De combi reed echter door. Ik fronste nog even, maar kreeg dan toch door dat ‘meneer de politieagent’ zich tot mij richtte met zijn’ GRSSGQRFQTGRFFFGGGGRRR’.
Het handje dat richting berm waaide was wel duidelijk. Richtingaanwijzers aan en de pechtstrook op, dan maar. De kleine grijze tufte voorbij, duidelijk nog niet goed van het feit dat hij bijna was moeten stoppen voor de politie…sommige mensen zijn wel heel vlug geschrokken. Ik haalde de sleutel uit het stopcontact en als een bliksem scande ik mijn auto. Nee, oef, ik heb niets bij dat niet mag
Ik werd ooit (laaaaaang geleden he
) aangehouden in Gent, met 5 versgerolde joints in mijn handtas. Toen die agent op mijn raampje tikte werd ik grijsbleek. ‘Awèl madam, zijde gij ni goet?’ ‘euh, pardon?’ ‘Ge zijt zo wit, zijde gij ziek? Is’t daarmee misschien dade ne sence unique inrijdt? Dat bord ni gezien, madammeke?’
Ik herinnerde me dat agenten niet graag hebben dat je uitstapt, maar in mijn achteruitkijkspiegel zag ik drie gigantisch binken uit de Jeep stappen. Hola! My Lucky day! Zoals elke vrouw heb ik ook wel van die zieke fantasieën, en geef toe: vrouw wordt aan kant gezet, weerloos, hulpeloos, drie beesten van agenten komen uit de combi… kan zo het begin van een goedkope pornofilm zijn. Met een zwaai mijn portier open. Zwarte laarzen, nylons, gebreid jurkje…. ‘Dag heren!’ grote glimlach. Wij vrouwen, wij hebben verschillende manieren van glimlachen. Het hoofd iets naar beneden, beetje schuin, oogleden niet helemaal open…werk altijd! Ik kreeg driemaal een grote glimlach terug. I
k wist bij God nog steeds niet wat ik fout had gedaan, maar ik trok toch al maar mijn buik in…dan komen je borsten immers wat hoger te staan. En ook dat werkt altijd. ‘Juffrouw!’ zei de middenste. ‘Goeiemiddag’. Niet wachten, dacht ik, nu! Nu moet het. ‘Goh, jongens, dit lijkt wel mijn geluksdag. Zo drie binken van agenten die me aan de kant zetten, laat dat nu een van mijn fantasieën zijn.’ Evengoed kreeg ik een boete voor smaad aan de politie, maar ik had geluk. Opnieuw drie keer een grote glimlach.
‘Ah, vertel ne keer’ zei De Snor. ‘Ja, dat willen wij wel eens horen’ vervolgde De Dikke. ‘Zeg mannen, als ik het scenario zelf moet schrijven, dan is er niets meer aan he.’ Drie idiote grijnzen. ‘Doet de koffer maar ne keer open.’ De middelste wilde zich met bravoure van zijn taak kwijten, als agent welteverstaan. ‘Die doos, wat is dat?’
Hoe mooi kunnen de zaken in elkaar passen. ‘Boekskes meneer’ zei ik onschuldig. Het woordje meneer, dat werkt zo goed. Die blauwe jongens vinden dat geweldig, zo’n beetje respect tonen, al dan niet geveinsd. ‘Boekskes?’ Ik graaide een iAct uit de doos. ‘Ik zei toch net ‘scenario’s schrijven’, wel dat is ongeveer wat ik doe. Ik ben hoofdredacteur. Dit is mijn magazine.’ ‘Ah, zo’n boekskes,’ zei de Snor en hij pakte de iAct aan. ‘Over beesten. ’ Ik schoot in een lach. ‘Nee, niet over beesten, toevallig staat er een beest op de cover, het is een blad voor marketers.’ Ik zag de Dikke even aarzelen. ‘Mensen in de reclame’ verduidelijkte ik. De middelste was onder de indruk. ‘Allez, boekskes…ja, amaai…’
Ik stond wat te draaien en te wachten terwijl de jongens de foto’s van Jan Vierstraete en Tamara Gielen bekeken en even bleven hangen bij Jan Van Aken, Marc Michils en Guido Everaert. ‘Dat het niet was om mijn fantasie waarheid te maken, dat begrijp ik, maar jullie doen mij toch ook niet stoppen om een boekske te lezen he jongens?’ Kijk, het verschil tussen ‘meneer’ en ‘jongens’ is gewoon een kwestie van timing. ‘Ah, neenee, uw nummerplaten, die hangen fout. De voorste moet achter en de achterste moet vanvoor. Verstade?’ Ik knikte.
De Snor stak een soort van Zwitsers mes omhoog met een schroevendraaiertje aan. ‘Deze is voor u se, allez draaien maar.’ Ik keek hem speels aan en schudde mijn hoofd. ‘En jij denkt dat ik mij hier voor u gaan bukken zeker. Nee, nee, veel te gevaarlijk. Ik zal vanavond aan mijn echtgenoot vragen of hij die nummerplaten wil wisselen. Is dat ook goed.’ De Dikke schoot in een lach.
Ondertussen was de middelste nog steeds in iAct aan het bladeren. Hij stootte met zijn elleboog de Snor aan. ‘Zie’ grinnikte hij. ‘Dat is zij ze, ma ja, echt.’ Ik glimlachte schaapachtig. Over genante momenten gesproken. Een agent uitdagen en hem aanspreken op zijn mannelijkheid, ok, dan heb ik controle, maar als ze dan naar foto’s staan kijken waar mijn borsten half naakt op staan… hm, even adem halen en blijven glimlachen. ‘Vooruit ’t is goed, vraag het maar aan uwe man.’ De Dikke toonde mededogen en duwde de Snor zijn hand met schroevendraaier naar beneden. ‘Merci, dat is vriendelijk van u,’ zei ik wat stiller en ik boog me even richting de Dikke. Hij grijnsde.
‘Mag ik dan nu naar huis?’ vroeg ik nog. De middelste stapte al weer in de Jeep. Het exemplaar van iAct nam hij mee. ‘Zeg, niet meer gsmen achter het stuur he. Dat mag niet,’ zei de Snor nog. ‘En ge moogt maar 120 he hier, geen 132.’ ‘Ja,’ glimlachte ik nog. De Dikke ging verder. ‘We hadden het wel gezien ze.’ Hij zwaaide. Ik zwaaide terug. De Snor stond iets te schrijven. Ik bleef wat drentelen. Het was duidelijk geen boete. Hij duwde me een strookje papier in de handen. ‘Allez, salut!’ zei hij vrolijk en stak zijn hand op. Ik lachte nog even en stapte weer in. Ik keek naar het strookje. Er stond: Jan Bel me 0475….. xxx
Ik ben misbaar
Geplaatst op: november 24, 2009 Gearchiveerd onder: magazine, mannen, Vrouwen | Tags: jong, macho, sprookjes, twaalf, werk, zoon 3 Reacties »81 uur productie en opmaak. Het was een kluif, die iAct. Mijn zoon zei vanmorgen: ‘dag mevrouw, waar is mijn moeder?’ Mijn opgetrokken wenkbrauwen vroegen hem om uitleg. Tot meer was mijn lijf na twee uur slaap niet in staat. ‘Ik zie je bijna nooit meer’ schokschouderde hij, ‘tenzij van achter het scherm van je pc,’ maar in het voorbijgaan legde hij zijn twaalfjarig hoofd tegen mijn rug. ‘Ik weet dat jij het mooiste ‘boekske’ gaat maken dat er is’ zei hij en klopte me vaderlijk op mijn schouder. Ik wilde me nog verdedigen met, ‘we zijn er bijna en daarna doen we iets leuks’, maar ik hield me in. Twaalf, dan wil je geen sprookjes meer. Als je twaalf bent, dan weet je hoe de wereld draait. Je weet dat je als man, een vrouw moet steunen in haar keuzes. Niet betuttelen, maar geloof tonen en ook natuurlijk, onontbeerlijk …aangeven dat je haar mist. Dat is wat mannen van twaalf weten en in deze ook doen.
‘Waar je hart je brengt, daar moet je gaan.’ Dat is wat zijn vader me vorige week zei. ‘Ik sta achter je.’ Mooi, lief, ontroerend, liefdevol. Dat klopt, maar tegelijk bespeelt het feilloos mijn vrouwelijke ingebakken schuldgevoel. Ik heb de laatste drie weken geen hemd gestreken, geen aardappel geschild en geen kind zijn lunchbox gevuld. Dat deed hij. Met de nodige haken en ogen en met het klassieke gemor, maar soms toch ook met een gezwindheid die me zorgen baart.
Als ik me drie weken lang volledig afzijdig kan houden van het dagelijks reilen en zeilen in dit huis op het drielandengrenspunt tussen Haacht, Mechelen en Leuven, ben ik hier dan wel nodig? Nee. Het werd me bevestigd. Zondagavond nog. ‘Ik heb jou niet nodig.’ Hij zei het eerlijk, kordaat, een beetje trots zelfs en keek me recht in mijn ogen. Mijn schouders die zo goed als onmiddellijk een neerwaartse beweging maakten en de blik in mijn ogen deden hem naar adem happen. ‘Oh, nee, zo bedoelde ik dat niet. Ik wilde alleen maar zeggen, dat ik mijn mannetje kan staan: koken, wassen, kinderen. Natuurlijk heb ik je nodig.’ Hij graaide wel naar mijn heupen en trok me tegen hem aan, maar zelfs de speelse beet in mijn nek deed me niet van stemming veranderen.
Ik ben misbaar. Hij heeft me niet nodig… Ik was moe. Ik kon niet langer relatieveren. Mijn lichaam deed pijn. Mijn hoofd zat vol. En ik was vooral misbaar. Mis-baar. Overbodig dus eigenlijk. Onbelangrijk. Misbaar… tenzij dan voor dat gebijt in de nek, laat het ons zo maar even noemen… ook flatterend. Mijn cynische ik grijnsde naar mijn romantische ik.
Nu, lang duurt dat nooit. Na jaren samen spelen, weet je hoever je kan gaan. Dus als ik pruil, loopt hij achter me aan. Tot hij er genoeg van krijgt, zucht en het opgeeft en dat zeg ik gespeeld boos: ‘zeg, ander vrouwen mogen dat ook. Ik mag ook het wijveke uithangen. Minstens een half uur per week. Even lang als jij de onuitstaanbare macho mag uithangen. Dat is de deal. Ja toch?’ En dan loop ik achter hem aan. En dat pruilt hij, maar niet lang en dan komt alles weer goed. Zoals in de sprookjes. Mijn zoon van twaalf, hij weet al veel, maar sprookjes… Hij heeft nog even tijd om er weer in te geloven.
En dat misbaar zijn, dat is maar tijdelijk want morgen neem ik VRIJ en maak ik me onmisbaar. Watch me!
