kerkhof
Geplaatst op: november 1, 2011 Gearchiveerd onder: afscheid 1 Reactie »Ga met je voeten van dat graf,
de doden zijn van mij
en hou je mond over je pijn
de doden zijn van mij
Vreet je buik vol pannenkoeken,
drink je koffie heet
en laat mij met rust
de doden zijn bij mij
Total loss
Geplaatst op: september 6, 2011 Gearchiveerd onder: afscheid 3 Reacties »Ik kan geen nummer van Bart Peeters meer horen
Zonder aan jou te denken
En had ik nu net een kamer
Op de zevende verdieping
Hellend over het balkonmuurtje
Hoe diep zou dat zijn
Zo diep
Hoe lang zou dat duren
…
Dat de zee
Onrustig tegen de rotsen
Beukt
In mijn hoofd
Ondraaglijk luid
Zal jij nooit meer horen
Het lef niet
Je te bezoeken
Waar het stil en koud is
Het lef niet
Voorgoed afscheid te nemen
Vliegangst
Geplaatst op: juni 27, 2011 Gearchiveerd onder: afscheid, mannen, Vrouwen | Tags: bad, bed, Brussel, kikker, sokken, vlieganst 1 Reactie »Nooit meer bij het raam staan en het zonlicht op de drie haartjes op je oor zien vallen, beteuterd kijken en vragen of ik ze mag epileren. Nooit meer je gespeelde nukkige gezicht als ik aandring. Nooit meer de onverdraagzame boze blik wanneer ik ze toch uittrek.
Nooit meer met mijn buik tegen je rug liggen in bed en zo in een warme zoete slaap doezelen. Nooit meer met mijn hand over je buik strelen en voelen hoe jij wegzakt in volledige ontspanning. Nooit meer het geknor dat daarop volgt. Nooit meer afstrijden dat ik snurk – ik snurk ook niet – en uiteindelijk lachen omdat je blijft aanhouden van wel en me kietelt.
Nooit meer wakker worden op zondagochtend omdat je naar me ligt te kijken. Nooit meer fruitsap op bed… of warme croissants. Nooit meer bloemen op zondag, geen witte meer, geen rode, helemaal geen meer. Het huis blijft bloem-loos tot het einde der dagen.
Nooit meer blijven liggen tot de zon hoog staat en daarna lang en uitgebreid in bad. Nooit meer het bad bijvullen met heet water en lachen: ‘kikkertje kookt’.
Nooit meer je sokken ontrollen voor ik ze in de wastrommel stop. Nooit meer zoeken naar je sleutels. Nooit meer kijken hoe je kookt. Nooit meer struikelen over de draad van je laptop. Nooit meer verdrinken in de draaikolk van genot. Nooit meer samen wijn drinken op terras. Nooit meer pasta met prei. Nooit meer verbaasd kijken omdat je na al die jaren nog steeds dingen ‘voor het eerst’ doet. Nooit meer samen in de tuin werken. Nooit meer dromen van later. Nooit meer bespreken hoe het met de kinderen moet. Nooit meer samen op het vliegtuig. Nooit meer nieuwe muziek ontdekken. Nooit meer kunnen vragen wat jij denkt. Nooit meer naar je buik kijken. Nooit meer je mond proeven. Nooit meer je rug scrubben. Nooit meer giechelen omdat je me mee in bad trekt. Nooit meer klagen omdat je dingen verloren legt. Nooit meer wachten tot je thuiskomt. Nooit meer koken wat jij graag lust. Nooit meer huiveren onder je aanraking en kronkelen onder je gewicht.
Nooit meer. Als dat vliegtuig nu niet meer aankomt in Brussel.
En als er morgen niets meer is
Geplaatst op: februari 9, 2011 Gearchiveerd onder: afscheid, mannen, mijmering, Vrouwen | Tags: atame, gemis, kizen, morgen 2 Reacties »Ik kan niet kiezen
Wat ik wel of niet hebben wil
Stel dat er morgen niets meer is
En ik nu fout kies
Ik van honger of dorst of kou ril
Ik kan niet kiezen
Want als er morgen niets meer is
Wil ik geen onnodig gemis
Ik moet niet kiezen
Wie ik wel of niet hebben wil
Want als ik morgen de weg niet vind
En ik door verlangen verblind
Van honger of dorst of kou ril
Ik moet niet kiezen
Want als er morgen niets meer is
Zit ik niet met onnodig gemis
(Chupa Libre heeft een nummer ‘Atame’. Soms is een zin, een woord, een klank voldoende om te inspireren, inzicht te geven en nieuw leven te voelen. Muziek is zalving voor de ziel.)
Dorp in rouw
Geplaatst op: februari 6, 2011 Gearchiveerd onder: afscheid 3 Reacties »Deze zaterdag stond de wereld even stil. Met tientallen stroomden ze toe. Een voor een schuifelden ze tot aan de kist voor een laatste groet, een omhelzing voor de familie. Twee uur lang waren de straten van mijn dorp leeg. De beenhouwer sloot zijn deuren, de bakker draaide op een kwart kracht. Mijn dorp was in rouw.
Agressief lurkte de wind aan jassen en sjaals. De woorden van de diaken verdwenen in de wind. Onwezenlijk dat haar prachtige lichaam in die kist lag. Zo blank en jong dat hout, net als zij. Burry me in the sand, zo wou ze het. Daar was ze althans duidelijk over geweest. Naar de rest hebben we nog het raden.
Iedereen maakt zijn eigen verhaal, naait stukjes van het lappendeken dat haar geheim is aan elkaar. Iedereen zoekt op zijn manier rust, moed, een antwoord, troost.
En in de wind houden we elkaar vast. De wind neemt ons mee, neemt haar mee. Ik omhels en kus en knuffel elk lijf dat ik tegenkom en ik wil zo graag die warmte houden.
Mijn dorp rouwt en is in de ijskoude wind, warmer dan ooit.
De smaak vermoord
Geplaatst op: februari 3, 2011 Gearchiveerd onder: afscheid 2 Reacties »Er zijn dingen in het leven die je niet verleert. Fietsen. Zwemmen. Kussen. En ik dacht dat koken ook zo eentje was. Al een week verknoei ik echter het avondeten. Ik schaam me, maar mijn kinderen knorren elke avond opnieuw, ‘hmm, lekker mama!’ Ze zijn lief of ze weten niet beter, maar lekker is het niet. Ik vergis me. Ik bak een kom gratin in de oven en gooi ondertussen ook kroketten in de frituurpan, maar vergeet het vlees te bakken. Dan zit je daar, spruitjes, gratin, kroketten…euh…missen we niets? Juist! Vlees…
Vandaag haalde ik twee roomkleurige bloemkolen uit de garage, vaste bloemetjes tegen een knapperige stam. Ik kuis ze, stammetje voor stammetje en haal ze door ijskoud water. Nog voor ik ze in de pan met kokend water gooi, ben ik alweer vergeten dat ik al groenten klaar had. De tomaten met ui en boontjes zijn dan maar het ‘slaatje’ denk ik en ik besprenkel ze met een soeplepel azijn. En dan zie ik het…op het vuur staat een kom met champignons. Had ik die opgezet?
Ik kan niet meer koken. Ik proef niet meer wat ik eet. En de wijn is alleen maar lekker omdat hij verdooft. Mijn smaak is dood.
Dood. Een walgelijk woord dat me nu al een week de keel snoert, mijn appetijt vermoord en mijn smaak verlamd. Ik kan het nog steeds niet zeggen. Ik zeg: ‘ze is niet meer’ of ‘ze heeft afscheid genomen’ en ook ‘ze heeft zich van het leven beroofd’ maar ik krijg het d-woord niet over mijn lippen.
Dood, dat is een katje op straat, wat jammer, snel even aan de kant leggen. Of de vis die op zijn rug in de kom ligt. Of het boeket van vorige week. En als er een duifje tegen het ram batst, dan gil je:’is ze dood?’ maar zij…in godsnaam! Een prachtige jonge vrouw als zij … aan het begin van haar leven, aan het begin van de liefde…nee, ze is niet dood. Ze heeft alleen mijn smaak vermoord.
