Diggers

Volgende keer dat ik jou in de ogen kijk, vergeef het me dan dat ik even speur achter die mooie irissen van jou. Welke wrocht zit daar? Welke kronkel doet gedrochten als deze in je boek ontstaan?

Ik moest en zou hem lezen. Ik haalde hem zelf af op de boekenbeurs en bedelde als een goedkope fan om een signatuur: Diggers, Een kleine groote oorlog. Het eerste boek van Gaea Schoeters, tenminste als je het reisboek Meisjes, Moslims & Motoren niet meetelt. Daar oefende ze haar vingers mee, althans zo zegt ze zelf. Los van de vrouw, werd ik verliefd op haar woorden bij het lezen van Meisjes, Moslims & Motoren. Ik ben geen motard, geen Moslim en sinds lang geen meisje meer. Ik heb bovendien teveel kinderen mee te zeulen om ongedwongen de wereld in te stuiven op een moto, maar het boek las als een trein en mag volgens mij niet onder de noemer ‘reisboek’ in de rekken. De literaire omschrijving van dagelijkse activiteiten roerde me.

Diggers zou dus letter per letter en woord per woord verpulveren onder mijn ogen en ik zou hem drinken als was ik verslaafd. Maar waarom kwam er na een reisboek een thriller? Weer een genre dat mij niet lag. Ik voel weinig voor de Aspe’s, Code 37’s, Flikken en andere who don it-toestanden waar Vlaanderen massaal voor valt.

Toevallig liet ik me begin november wel verleiden door de fotografische prent van Frank Van Passel, Het Varken van Madonna en zat  meteen in de sfeer van WO I al voelde ik me na de soms ontroerend mooie eenvoudige dialogen in deze film op het einde bedrogen. De fabel nam het over van de realiteit en net als bij reisverhalen, thrillers en horror, haak ik ook bij fabels af. Niets is mooier en beklijvender dan de realiteit, toch? Waarom gaan we daar zo vaak aan voorbij?

Al ben ik een gulzig lezer, Diggers maande me van dag één aan tot gematigdheid. Het is immers zonde om delicatessen te verzwelgen.  De constructie van de zinnen – die verdrinken in de beeldspraak  – verbieden je ogen om te scannen. Ze dwingen je tot savoureren. En dan ontstaat het zuivere genot dat lezen kan zijn. Een zin, opnieuw, nu eens luidop. Mooi. Genieten. En dan zoeken naar de volgende, je ogen temmen in hun drang naar nog en je hoofd de ruimte laten om het evenwicht te proeven tussen stijl en inhoud. Het verhaal danst van zin naar zin en soms verpoost het even, om intens naar de keel te grijpen daar waar woorden opeens ondergeschikt worden aan de gruwel van het verhaal.

Maar er is meer. Wat niet mag en niet kan, doet Schoeters toch. Ze lijmt zinnen aan elkaar, stopt en start waar ze wil en hangt het grammaticaal enfant terrible uit, al blijft ze binnen het ruimdenkende patroon van de moderne Nederlandse schrift.

Het kan niet anders dan door een vrouw geschreven zijn, deze Diggers. De details pingelen om aandacht en geuren en kleuren gieren door de kamer wanneer je leest. Je wordt heen en weer geschud door de contradictie in zinnen als: ‘Pas op het moment dat ik met een schok besef dat ik voor mijn eigen voordeur sta, en dat ergens in de buik van het huis achter die deur Magali op mij wacht, warm en naakt, dringt het tot mij door dat ik totaal doorweekt ben.’ Alleen wie intens met al zijn zintuigen leeft, kan dit soort dingen schrijven. En dat is lekker.

Ik ga geen opsomming maken van mooie zinnen. Dat lijkt me zo banaal. En nee, deze ene zin hierboven is niet representatief voor het hele boek. Het is nu net het spelen met stijlen en woordkunstje zonder dat het gekunsteld overkomt, dat het zo lekker lezen maakt.

Naast een taalkundig pareltje is Diggers ook een voorbeeld van intermenselijk psychologisch spel: manipulatie, perceptie, ongenaakbaarheid en onzekerheid. Schoeters druppelde bij het boetseren van haar hoofdpersonages eigenschap na eigenschap in hun hoofden. Golvend op de lucht, dan weer zwanger van romantiek, verzuurd door hebzucht of doorspekt van verlangen naar geilheid, gaan ze aan je kleven.

Diggers legt op een onbeschaamde manier het Vlaanderen van vandaag met de billen bloot, schuwt de confrontatie met het rauwe verleden niet en knipoogt naar het oppervlakkige heden. Met een fascinatie voor intermenselijke relaties, ongenaakbaar geloof in vriendschap en liefde op de achtergrond en een scheef oog naar politiek en machthebbers net iets scherper, is het minste wat je van Diggers kan zeggen, dat het je wakker maakt. Alsof je een film gezien hebt, het zelf voelde, proefde, daar zelf was.

En wie niet lezen wil, kan kijken: althans de trailer http://www.gaeaschoeters.be/diggers

 Wit, rood en zwart, meer is er niet nodig. Dat moet ook in Trui Hanoulle haar hoofd gespeeld hebben bij het ontwerp van de cover. Mocht je het je afvragen, kijk naar Diggers, dan weet je meteen waarom dit ‘Artwork’ heet. 


2 reacties on “Diggers”

  1. hanszie zegt:

    Ik zou het niet beter kunnen omschrijven!

  2. [...] er was de afgelopen week ook nog lof voor Diggers – van @TrixSlock. Nalezen kan hier, op Trixtheblog! [...]


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 720 other followers