Bandini biecht
Geplaatst op: november 28, 2010 Gearchiveerd onder: Uncategorized | Tags: Bandini, Deruddere, katholiek, kerk, kerst, Ornella Mutti, pastoor Laat een reactie achter »‘Ik heb een beetje spijt dat ik geen katholiek meer ben.’ Dat zinnetje kwam me gisteren in het hoofd . Geheel onverwacht zag ik op mijn filmkanaal ‘Wait until spring Bandini’ staan, impulsief klikteik en zakte ik onderuit zakte.
Ja, ik had hem al gezien, deze Deruddere, maar met de venijnige kou die de bevroren en besneeuwde grond in mijn tuin in zich droeg en heimelijk naar binnen joeg door het tuinraam dat in de zomer zo’n heerlijke overgang tussen binnen en buiten schept, maar in de winter niet meteen mijn beste vriend is, kon het nog een keertje… een avondje Bandini-en. Nostalgie naar een Ornella Mutti die nog mooi was en jeugd en gezondheid uitstraalde en wiens naam ‘Ornella’ blijven hangen is tot twee jaar geleden mijn dochter van stijlvolle, rock ’n roll-houdende en sensuele namen moest voorzien worden. Geen toe een vrouw die Ornella heet kan alleen maar een hete bliksem zijn met een karkater waar elke hoek een winkelhaak heeft, krachtig, bijzonder en uniek.
Ze kwam ter wereld in het heetst van de zomer en zo staat ze ook in het leven. Liefst naakt, gulzig slurpend van eten en drinken, gul met glimlach, knuffels en streeltjes…warm binnen en buiten.
Zij is geen wintermens, net zomin als ik. Geef me warm en ik denk lekker en vrij en bloot, maar kou…ik zie de gezelligheid niet in. ‘En kerst dan?’ vragen vrienden me wel eens, ‘de gezellige lichtjes in de stad, de kou die bijt en die je verjaagt met een warm wijntje of thee …?’ Euh, als het moet ok, voor een half uurtje, maar langer houdt ik het niet uit. Voor mij mag kerst met 30 graden, minstens zo lekker die kalkoen en pakjes opendoen kan ik bij welke temperatuur dan ook.
Ik zal nooit een wintermens worden. De kou dwingt je tot het dragen van kleren en schoenen en jassen en je wordt vormeloos en ingebonden en opgehangen in sjaals en truien. Ik krijg geen lucht, ik krijg geen licht en Bandini is het met me eens. Donker en grauw en koud, al heb ik god zij dank wel nog iets op mijn rekening staan om mijn kinderen een pakje onder de boom te bezorgen.
God zij dank, dat katholiek zijn zal er nooit echt uitgaan. Met de paplepel verschroeide en door de nonnen gebrandmerkte ziel en door pastoor en koster met kijvende vinger voor de neus en graaiende hand aan de billen bevestigd. Je mag niet dit, je mag niet dat, let op voor hel en vagevuur. De blik van de pastoor toen ik zei – na een litanie over de hemel, de engelen en hun eindeloze sloten rijstpap – dat ik eigenlijk geen rijstpap lustte en hoe dat dan moest met mij na de dood… ‘Jij bent geen goed christen, meisje!’ schoot hij met zijn ogen en met zijn ogen in mijn schoot.
Ik ben geen goed christen. Al klinkt het een beetje dom nu, die uitspraak, als kind vond ik dat erg. Ik wilde wél een goed mens zijn, deed mijn best. Ik wou ‘een brave’ zijn, maar uiteindelijk kwam het erop neer dat alles wat lekker en aangenaam was niet mocht van de kerk. Hou ouder ik werd, hoe absurder de geboden werden en hoe lekkerder de verboden vrucht. De logica werd steeds duisterder en de antwoorden bleven steeds meer uit, tot ik op een dag dan maar afhaakte. Het verstand en de jaren, weet je wel.
Maar een ding mis ik een beetje, de biecht, zo heerlijk voorgesteld in ‘Wait until spring Bandini’ ‘Meneer pastoor, ik heb al 4 dagen niet meer gebiecht. Ik heb een paar keer gevloekt, 60 of 70 keer…’ haha, ik lig in een deuk: 70 keer vloeken op 4 dagen. Dat is toch gigantisch veel! ‘Onreine gedachten gehad, een blootprent uitgescheurd, mijn vader van antwoord gediend, mijn broer een schop verkocht…’ ‘Is dat alles Arturo? Drie weesgegroeten en twee onzevaders en je zonden zijn vergeven.’
Al bij stilgestaan? Drie weesgegroeten en twee onzevaders en alles is weg… het gemak! Het comfort! Nu, ik krijg vast bij mijn volgende biecht, als die er ooit komt, iets in de zin van 332145841224 weesgegroeten en minstens evenveel onzevaders, en dan nog… is mijn ziel dan schoon? Zijn mijn zonden dan vergeven? Is dan alles opgelost en krijg ik dan voor eeuwig potjes rijstpap? ( Tussen haakjes, maken ze die zelf in de hemel of is dat van die industriele drets? )
Ik vrees er een beetje voor, maar zo gaat dat met goddelozen die hun geloof verloren hebben. Ik krijg met een paar weesgegroeten en onzevaders mijn ziel niet meer rein. Het is te laat. De toegang tot kerk en God zijn me bij mijn scheiding ontzegd, meer nog, ik zette een kind op de wereld in een huwelijk dat God niet voltrok. Ik ben verloren, een heiden en ik zal branden in de hel.
Insjallah, amen.
Leeg bed
Geplaatst op: november 7, 2010 Gearchiveerd onder: mannen 2 Reacties »En als zijn bed leeg is, belt hij. Dan heeft hij zogezegd weer aan me gedacht, naar me verlangd, ingezien wat ik voor hem beteken, hoeveel dingen we delen…
En als zijn bed leeg is, vindt hij me heerlijk, likt hij zijn wonden -met zijn tong tussen mijn benen. Hij kronkelt zijn zorgen eruit, knort en kreunt en hijgt zich weer helemaal heel aan mijn lijf.
En als zijn bed leeg is, kan hij niet slapen, dan belt hij en mailt hij en heeft hij me nodig. Dan ben ik prinses – je bent dat altijd al geweest – midden in de nacht, dan draait hij zijn vinger rond mijn krullen en plooit hij zijn benen over mijn dijen.
En als zijn bed leeg is, moet het gevuld. Tot een ander lijf langskomt en interessanter is. Dan mag ik weer in de kast. Voor even.
Voor J
Deze blog gaat niet over jou
Geplaatst op: november 3, 2010 Gearchiveerd onder: communicatie | Tags: angst, billen, decollete, dwingen, ego, geluk, handen, inbox, onschuld, verdriet, verlangen 2 Reacties »Ze vormen ondertussen een rijtje, de mensen die denken dat één van mijn blogjes over hen gaat. Ze stoten op gelijkenissen, herkennen zich in situaties, omschrijvingen, bedenkingen. Ze mailen me, bedanken me vrolijk voor het verhaal, haten me om de omschrijving van hun onperfecte lijf, zijn trots over de woorden die ik kleefde op prestaties en verdiensten of hebben verdriet en voelen zich in hun blootje gezet. Ik noem het het Papa-van-stef-bos-verschijnsel. Stef Bos schreef een nummer voor zijn vader en wilde er niet eens een singletje van maken. Bleek zowat heel Nederland en België zich te vereenzelvigen met het nummer Papa omdat het zo persoonlijke nummer over een universeel gevoel ging. Op zich is dat een eer, maar laat die eer bij mij geen negatief streepje door jouw wereld trekken.
Ja, ik schrijf over jou, over jouw verhalen en bedenkingen, over jouw verdrietjes en gelukjes en jouw verlangens, omdat je ze me vertelt, me raad vraagt, ermee bij me aanklopt. Ik schrijf over jou, dat klopt, maar dan vervormd, en verwerkt met mijn verhalen en bedenkingen, verdrietjes en gelukjes en verlangens. Geen wit is echt wit en geen zwart is echt zwart. Gebruik ik één zin van jou om iets aan te tonen, dan gaat de rest van het verhaal geheid niet over jou. Bloggen is een vorm van verwerken, opkuisen, uiten, de wereld insturen. Deze blog gaat voornamelijk over mij, over hoe ik de dingen zie en voel.Geen enkele keer heb ik de intentie gehad iemand te viseren, te kwetsen, door de mangel te halen en mocht dat ooit zo overgekomen zijn, wil ik me daarvoor oprecht verontschuldigen.
Deze blog gaat niet over jou, maar over mij. Hij gaat over wat ik voel, beleef en hoe ik de zaken aan elkaar knoop. Af en toe vraagt dat wat input van gesprekken, emoties die ik met anderen beleefde, en dus ook met jou. Maar om nu te gaan denken dat ik mijn vrije tijd, mijn woorden en mijn volledige gevoelsleven rond jou laat afspelen…is dat niet een beetje een hoogmoedige gedachte? Ik heb immers al een kluif aan mezelf.
Zij die aan bod kwamen in een van mijn blogjes en waarvan ik vond dat ze het moesten weten, heb ik telkens op de hoogte gebracht. Soms woordelijk, soms plagerig, soms met een minder herkenbaar signaal. Wie mij moet verstaan, verstaat mij. Tegelijk komt daarbij, wie mij fout wil verstaan, verstaat mij fout en daar heb ik dan helemaal geen aandeel in. Ik hef mijn handen omhoog, was ze niet eens in onschuld, want hier is schuld of onschuld niet eens aan de orde. Mijn handen omhoog, mijn armen open, voor wie erin wil. En wie niet wil, …ik ga niemand dwingen.
Angstig om hun ware aard te tonen, hun verborgen gelaat het zonlicht te gunnen, hun verlangens bloot te leggen, braken lezers van deze blog hun gestreeld ego of hun ongenoegen in mijn inbox. Dat mag. Ik heb telkens hetzelfde antwoord: wat werkt er bevrijdender dan alle belemmeringen afgooien, je ontdoen van beperkingen en angst?
In dit blogje kan dat. Als dat betekent dat in jouw hoofd, mijn woorden over jouw leven gaan…dan pleit ik onschuldig. Tenzij dan …toen ik schreef over dat romige decollete en die strakke billen, dat ging wel degelijk over jou. En ook het tomeloze verlangen om van jou de mijne te maken, zo voor een uurtje of twee, ook dat ging over jou. Al de rest ging over anderen. Zie even de nutteloosheid van ergernis in als het over woorden gaat en lach met me mee.
Laat deze blog vooral je nachtrust niet belemmeren, tenslotte, het zijn maar woorden in de wind.
Heilige drievuldigheid
Geplaatst op: november 3, 2010 Gearchiveerd onder: communicatie, mannen | Tags: hostie, kerk, moeder, pastoor, pront, rust, vader Laat een reactie achter »Drie. Ik ben eruit denk ik. Drie stukjes moeten in de puzzel vallen. Zo niet kan het mannenlijf nog zo intens lekker zijn, het zet geen zoden aan de dijk als de drie stukjes er niet zijn. Het vraagt een beetje mansheid van een kerel om die drie stukjes te kunnen herenigen en meteen is ook duidelijk waarom het zo zeldzaam is een échte man te treffen. Een échte man…eentje die je in ontroering kan brengen, in vervoering kan brengen, maar die vooral in staat is om overdonderend te zijn in elk van de drie stukjes op zich.
Het is niet dat ik mijn heil zoek in de heiligenbeelden in mijn kantoor, noch dat het recent aangekochte tweeluikje ‘God ziet mij, hier vloekt men niet’ en ‘Geloofd zij Jesus Christus in eeuwigheid amen’ me een zetje in de rug gaven. Ik heb mijn katholieke kantje sinds lang begraven en sta met open mond te kijken als ik nog eens in een kerk zit omwille van een opgedrongen afscheid of het verenigen van twee romantische zielen.
Vader, zoon en heilige geest: dat zijn de drie stukjes. Hoe belachelijk kan het klinken uit de mond van een meisje dat tot haar zestiende braaf mee naar de kerk ging, in het spoor van een pronte moeder met opgeheven hoofd en een Bourgondische vader die schichtig zijn ogen liet dwalen over de ‘madammen’ van het dorp. Hoe vastberaden hij te werk ging in zijn veroveringen en of het kijken bij ‘kijken’ bleef of ook al wel eens ‘aankomen’ werd, ik lig er niet langer van wakker. En of het pronte opgeheven hoofd zich ook wel eens boog met de intentie buitenechtelijk genot te schenken, ook daar sta ik liever niet bij stil. De devotie van de zondagochtend is me destijds opgedrongen en laat nog steeds een bittere smaak in mijn mond achter. De kleffe smaak van de hostie, me aangereikt door de pastoor van wie ik me elke zondag opnieuw afvroeg of hij na de laatste plas zijn handen had gewassen, of me hier een rond, wit, smakeloos ding in de handen duwde en me op die manier – al dan niet bewust – enkele huidschilfers van zijn ongebruikte penis in de mond duwde, ligt me bedroevend helder in de geest.
Vader, zoon en heilige geest: dat moet hij zijn, een man. Tenminste een man die me kan bevredigen, als mens, als vrouw, als minnares. Zo niet draait het uit op miserie en misbaksels van afspraakjes. Ik weet het nu zeker. Al ben ik ervan overtuigd dat ik met 38 hete zomers op de teller nog wel een paar dingen kan leren, ik meen te zijn aangekomen bij het eenvoudige recht als vrouw alleen maar te settelen voor de volledige heilige drievuldigheid.
Alleen maar de combinatie van de comfortabele, liefdevolle en steunende vaderfiguur, de uitgehongerde naar hulp smachtende en hulpeloze zoon die huilend in de moederschoot tot rust komt en wiens hoofd moet gestreeld, leven moet georganiseerd en miserie moet opgekuisd en de heilige geest die ziel, hoofd en lenden dermate beroert dat een explosieve geestelijke en lichamelijke ontlading onafwendbaar is, maakt mij vrouw.
De kluif die ik voor een man moet zijn…dat is onwaarschijnlijk. Telkens een man denkt een barrière genomen te hebben, stelt er zich een nieuwe in mijn onverzadigbare bestaan. Hoe vermoeiend moet dat zijn? Hoe onmogelijk moet dat voelen? Hoe deprimerend, afstotelijk, woede-oproepend vul ik hun dagen?
Tegelijk met de onaantrekkelijke idee dat ik een ‘onmogelijke’ opdracht lijk voor mannen, overvalt me een intense rust. Voortaan kan ik zeggen: ‘je bent te weinig zoon, of vader of heilig geest’ en ik ga er niet vanuit dat ze me zullen begrijpen, maar ik zal tenminste kunnen duiden waarom het klikje een klikje blijft of waarom het klikje wel vuur vindt, maar ook weer meteen dooft.
Mooi toch om het allerheiligenweekend mee af te sluiten. De vader, de zoon en de heilige geest…
