Werpen, die eerste steen

Komt een vrouw bij de dokter… in 2009 werd deze prent die euthanasie, vreemdgaan en kanker op een hoopje gooide een kaskraker. Misschien, maar deze vrouw bij de dokter werd wel geholpen door die dokter. Haar man die er lekker op los neukte met al wat wilde en niet wilde, ook. Zo gaat dat in Nederland. Iedereen heeft recht op gezondheidszorg. In België net zo.

Toen ik destijds – zeven maanden zwanger – werd aangereden door een dronken bestuurden en in de ziekenwagen haastig naar het ziekenhuis werd gevoerd, vroeg ik de verpleger om ook mijn aanrijder niet uit het oog te verliezen. Hij antwoordde me: ‘wij hebben de taak om elk leven te redden, ook dat van dronken wetsovertreders.’

Vandaag wil 1 op 4 Vlamingen niet meer dat een zieke buur geholpen wordt omdat hij rookte, dronk, drugs nam of te hard reed.  Eigen schuld dikke bult. Dit principe doet een andere slogan door mijn hoofd razen, eigen volk eerst. Beide bol van egoisme en gekant tegen alle solidariteit.

Ik verdraag al jaren dat mensen incompetent in het bedrijfsleven staan. Ik verdraag al heel mijn leven onvriendelijke loketbedienden,  mensen die hun hond op de stoep laten poepen. Ik verdraag het gebonkt uit de luidsprekers van Johnny in zijn BMW 3 voor mijn deur. Ik verdraag dat, omdat ik in deze maatschappij functioneer. Of ik dat altijd even prettig vind… moet daar een antwoord op gegeven worden.

Ik word misselijker van de rigiditeit waarin deze maatschappij stilaan evolueert. Terwijl we elkaar met de meest banale dingen koning kronen op complimentendag, ontzeggen we elkaar wel medische zorg de dag erop.

Trouwens, zij die niet roken dragen geen rotte cent bij aan de staatskas die lekker gespijsd wordt door rokers. Bij elke inhaal van hun sigaret, klingelt de kassa der accijnzen. Concreet krijgt de seut die heel haar leven geen ene cent bijgedragen heeft aan de accijnzen voorrang bij een operatie? Waarom?

Gaan we nu echt blijven hypocriet doen?  Is roken schadelijk? Is alcohol schadelijk? Krijgen we teveel obesen door de suikers in alle voeding? Schaf het dan af! Verbieden! Volledige drooglegging. Maar vooral niet komen huilen dat straks er een tekort is in de staatskas.

Ik ben altijd van het principe geweest dat wie niet wil functioneren in de maatschappij waarin hij leeft, moet ophoepelen. Een berg met zes geiten is een metafoor dat ik al eens gebruik. Met het licht en de lucht en het geblaat van zes geiten kan weinig je nog storen en als het geblaat te luid wordt, biedt een scherp mes op het arme beest zijn keel soelaas. Vandaag moet ik zeggen, dat ik mijn rugzak klaar zet. Die plek op die berg met zes geiten zou weleens de mijne kunnen worden. Ik weiger te functioneren in een verzuurde maatschappij, waarin iedereen vooral en in eerste instantie zijn eigen rug krabt – om het maar eens met een vervormd anglicisme te zeggen.

Ik pleit al jaren voor een beetje meer onbaatzucht en vrijheid. Wat is er in ons land trouwens godverdomme gebeurd met vrijheid, blijheid? Heb je in je leven wel eens gerookt? Gelogen? Drugs genomen? Gemanipuleerd? In de douche geplast? Met je mond vol gepraat?  Gestolen? Een borrel teveel gehad? Onveilige seks gehad? Te hard gereden? … sorry, dan kan jij geen medische zorg krijgen, althans niet bij voorkeur.

Ik verzet me al lang tegen de leer van de katholieke kerk, maar in één ding kan ik ze geen ongelijk geven: wie vrij is van zonden, werpe de eerste steen.


Verzwegen liefde

!! Deze blog is niet geschikt voor gevoelige lezers!!  Het is de weerslag van een verhaal dat een dorpsgenote in het Spaanse Culebron me deed. De dame zelf is de 80 nabij. Alleen de dorpsnaam van de handelaar heb ik gewijzigd, de rest is integraal de waarheid, zoals zij het vertelde.

Haar handen rusten gevouwen in haar schoot. Af ten toe heft ze de vuisten even op, om haar woorden kracht bij te zetten. Soms strekt ze een vinger, waarschuwend. Haar mond staat tussen elke zin in weer heel even strak. De jaren trekken lijntjes rond haar lippen. Het is niet haar verhaal, maar ze vertelt het alsof ze het zelf beleefde.

 ”Mijn grootmoeder was als derde kind niet nuttig. Haar moeder werd in huishouden en zorg voor kinderen en dieren bijgestaan door de oudste dochters. De zoon die haar moeder baarde, een jaar voor mijn grootmoeder op de wereld kwam ploeterde sinds kindsbeen af mee met vader op het veld en in de stallen. Zij was als derde kind een kost, een mond teveel om te voeden. Toen haar moeder na urenlange barensnood de laatste adem blies nog met het ongeboren kind in het geboortekanaal, deed de dood in drievoud zijn intrede in het huis.

Binnen de vierentwintig uur was het lichaam van haar moeder en zusje geborgen, het bed verschoond, de kamer gelucht en de deal met de handelaar gesloten.

Op zijn doorreis had hij zijn oog laten vallen op het lenige lijf van mijn grootmoeder. Hij was ver de vijftig voorbij. Zij was elf en niet langer welkom in het huis van haar vader. Een perfecte deal, zo vonden beide mannen. Hoeveel het precies was heeft ze nooit geweten, maar met het geld dat haar vader voor haar kreeg, had hij zijn zoon en dochter eten geven kunnen geven en zichzelf warm houden in de barre winterwind. De handelaar besliste echter anders. Hij wou én het meisje én zijn geld terug. Toen haar vader die avond voor het vuur van de haard indommelde, knalde de handelaar met de vuurpook tegen zijn achterhoofd. Haar vader viel naast zijn stoel neer op de grond. Zijn lichaam lag de volgende ochtend, toen ze nog voor de haan had gekraaid het huis verlieten, stijf en koud op dezelfde plek

Achter op de houten kar wiebelde ze het dorp uit. Ze begreep amper wat de handelaar tegen haar zei en wendde met walging het hoofd af wanneer hij tegen haar sprak. De rottende tanden in zijn mond bliezen een stank van ouderdom in haar gezicht. Nog voor haar ouderlijk huis uit het zicht was verdwenen kreeg ze haar eerste mep. Met volle hand sloeg de handelaar haar in het gezicht. ‘Jij bent mijn vrouw nu. Je zal gehoorzamen.’ Mijn grootmoeder huilde ingehouden. Om haar moeder, om haar zusje, om het afscheid van haar ouderlijke huis, om alles wat nog moest komen.

Hoeveel dagen ze achter op die kar zat voor ze het huis van haar man bereikten herinnerde ze zich niet. Veel, dat was zeker. Ze sprak wel nog levendig over de honger die in haar buik beet en over de stank van haar eigen ongewassen lijf. Ze vertelde over de ruwe plekken op haar billen van het heen en weer schuren op de houten kar en van de vlek geronnen bloed die zich rood aftekende onder haar lichaam. Later zou ze beseffen dat ze tijdens die rit voor het eerst ongesteld werd, maar op dat moment dacht ze dat het haar opengeschuurde billen waren die bloedden.

Ze kreeg een kamertje zonder ramen aangewezen in het huis van haar man. Hij toonde haar de waterput. Vuur maken deed hij zelf en hij verwachtte dat zij ervoor zorgde dat het vuur niet uitging tot hij weer thuis was. Ze baarde in vier jaar tijd vijf kinderen. Twee ervan overleefden hun eerste jaar en hingen aan haar rokken uit angst voor hun agressieve vader. Zelf voelde ze niets meer, geen angst, geen woede, geen verdriet. Ze werkte, kookte, bediende haar man en baarde kinderen. Ze verliet het huis amper en gehoorzaamde zo goed mogelijk. Dat was de enige manier om aan zijn eeuwige colère te ontsnappen. Toen ze haar enige zoon  aan tyfus verloor en ten grave droeg, voelde ze voor het eerst weer tranen. Haar ogen huilde, maar haar hart was dood. Haar man was woedend en beukte die avond op haar in terwijl hij brulde dat het haar schuld was dat zijn enige zoon er niet meer was. Hij werd oud, was bang om de wereld te verlaten zonder nazaat en kneep haar keel dicht toen hij de woorden in haar gezicht spuwde. ‘Jij zal een zoon baren!’ Hij rukte haar jurk los en verkrachtte haar voor de zoveelste keer. Daarna nam hij zijn dochtertje, sleurde de peuter aan haar kroeshaar naar buiten en gooide haar zonder aarzelen de waterput in. Mijn grootmoeder zei dat het kind niet lang spartelde.

Drie dagen later vond ze haar man dood in bed. Onder zijn borst zat een grote rode vlek en diep tussen zijn ribben glom het heft van een mes. Ze wist niet wie of wanneer en ook niet met welk motief, maar ze aarzelde geen seconde om haar weinige bezittingen in een doek te plooien en het huis te verlaten.

Ze wisselde af tussen lopen en rusten en hield dat dagenlang vol. Af en toe vroeg ze de weg. Mensen keken haar meewarig, niet begrijpend of vol medelijden aan en van sommigen kreeg ze een stukje brood of wat fruit.

Ze was net geen twintig toen ze de straat van haar ouderlijke huis in liep. Haar broer gaf haar onderdak en eten tot ze mijn grootvader trouwde. Samen met mijn grootvader kreeg ze acht kinderen. Een daarvan was mijn vader.

Later zou blijken dat de handelaar in Salamanca woonde en dat ze heel die weg tot hier in Pinoso, bijna  600 km verder, te voet had afgelegd.

Mijn grootmoeder heeft nooit in haar verdere leven geklaagd of gejammerd en drukte haar kinderen en later ons op het hart dat je moet trots zijn op je afkomst en op je geboortedorp.”

…op het einde huilt ze. Stilletjes. Woedend veegt ze haar tranen weg en besluit: een mens moet niet huilen om het verleden, het is de toekomst die triest is. Daarna zucht ze diep en verdwijnt ze sloffend in de keuken. Ze zwaait zonder zich om te draaien.


50 tones of silence

Dames, dames! Het wordt te erg. Ik voel mij geroepen een paar van mijn ontspoorde zusters weer op het rechte pad te krijgen.

Kronkelend en met rode wangen giechelend vertellen ze op café, in de bus, trein, tram of in praatshows op tv over hun bedavonturen met 50 shades, dat stationsromannetje, u weet wel. Op zich, bedavonturen, wie kan daar tegen zijn, maar het is in deze iets anders dat me tegen de borst gaat.

Onze jongens weten het gewoon niet meer. En het was al niet eenvoudig. Leren al die jongens om zorgzaam en lief te zijn met een vrouw in bed en hand en tong-spel te oefenen tot ze kramp hebben om dan aan de toog een veertigjarige met hangtieten te horen gillen dat ze dringend aan sm toe is… Wat moeten die mannen nu nog vandaag?

Een vrouw hoeft geen grenzen te kennen in het beleven van seks, neen, wel integendeel. Anderzijds blijf ik bij het conservatieve standpunt dat het aantrekkelijker is om in doorschijnend negligé te staan koken wanneer manlief thuis komt dan met de benen wagenwijd op tafel te liggen en te brullen fuck me, I’m your bitch. Dat benen-wagenwijd is misschien wel eens prettig voor een half uurtje we-spelen-die- pornofilm-die-we-laatst -gezien-hebben-eens-na-seks maar dan heb je het ook weer gehad.

Konijntjes, weet je wel dames? Konijntjes die voor de loop zitten, die worden niet geschoten. De jager vindt ze zielig. Hij neemt ze in zijn armen, streelt ze over het kopje en duwt ze terug hun holletje in. En nee, wij willen geen konijntjes zijn.

Misschien is het dan ook niet zo slim om op café luidkeels te gillen dat je die éne sm-passage uit 50 shades pokkegraag wil gaan naspelen.

Ik maak me toch een paar bedenkingen. Als de helft van Vlaanderens vrouwen op gemiddelde leeftijd nog nooit een keertje aan het bed zijn gebonden, dan is er iets flink mis met het lef dat de helft van Vlaanderens mannen op gemiddelde leeftijd aan de dag leggen in de slaapkamer en vice versa. En als je een boek nodig hebt waarvan er –terecht of niet, dat laat ik even buiten kijf – 54244554255 exemplaren verkocht zijn, om erachter te komen dat je het best wel spannend vindt om eens koord en zweep te gebruiken, dan is er iets mis met de zelfontwikkeling bij de helft van Vlaanderens vrouwen op gemiddelde leeftijd. Als je dan, alle bedenkingen op een ‘stokje’ op het punt komt dat je half dronken aan de toog zit te lallen dat je dringend wil vastgebonden worden, dan ben je gewoon onaantrekkelijk. Punt.

Eerst moesten wij meedraaien op de arbeidsmarkt, daar hebben de feministen ons ferm ingeluisd. Hup, beha’s uit en keurslijf aan. Nu, dat was een vooruitgang! Dan moesten we aan de top met ijzeren hand gaan regeren en bedrijven gaan leiden. Nu moeten we ook nog wat ons restte van sensualiteit laten varen? Nee, ik ben het er niet mee eens. Akkoord, meedraaien in de business, graag en hier en daar de plak zwaaien, ha! Dat is onze natuur, maar mijn sensualiteit lossen en alles open en bloot op tafel leggen. Nee, dan hou ik mijn benen dicht.

Wij vrouwen, wij hebben zachte plekjes en warme plooitjes en wij kronkelen en kirren en ja natuurlijk willen wij ook wel die mep op onze billen, maar mag het allemaal nog wat spannend blijven, prikkelend, verleidelijk alsjeblief. Mogen wij nog vrouwen blijven?

Lieve meiden, fluister in zijn oor wat je wil, haal dat satijnen lint van onder je hoofdkussen wanneer hij het niet verwacht, smeek hem om een mep net voor hij alle spanning in zijn dijen lost, jawel, doen. En genieten, volop.

Maar hou je bek op café, op de werkvloer en in de trein. Je klinkt als een goedkope hoer die niet alleen het noorden, maar zowat alle windstreken kwijt is. Je gedraagt je als een ranzig konijn met smeer aan zijn vacht, klaar voor de loop om geschoten te worden, brakend ‘fuck me, I’m your bitch’…

Wat dacht je het spel met de ogen, het lijf, de uitdaging, de verleiding? Wat dacht je van verrassing?  Wat dacht je van van 50 tones of silence?


Niets

Toen ze op haar sterfbed lag, beloofde ze het. Met gekruiste vingers en al. Niemand had zulke donkere ogen als zij. Haar laatste week werden haar karbonkels nog donkerder. Ze keek me indringend aan en fluisterde ‘ik beloof het.’

De Sint bleek een verkleedde man, de klokken legden helemaal geen eieren en de kerstman kwam alleen in Amerika. Er bleef dus nog weinig te geloven over. Dat het nu net de wrede, gefrustreerde nonnen waren die ons over het eeuwige leven moesten vertellen… het was weinig belovend.

Mijn moeder draaide met haar ogen toen ik zei dat ik helemaal geen rijstpap lustte en me afvroeg hoe dat dan moest in de hemel? ‘Ik was een moeilijk kind, verwend ook. Wie lust er nu geen rijstpap?! De oorlog niet meegemaakt, te veel gewoon’… het passeerde allemaal in de tirade, maar ik kreeg geen antwoord op mijn toch wel belangrijke vraag.

En toen ik op latere leeftijd vernam dat de Islamieten zichzelf beloonden met zeven maagden, kwam ik ook niet aan mijn trekken. Ik was immers geen man en om voor maagd te spelen was het ondertussen te laat…

Niets. Dat is wat ik op jonge leeftijd besloot. Na de dood is er niets. En die idee is handig zolang je niemand verliest die je te dierbaar is om die idee te handhaven.

Mijn moeder blies haar laatste adem uit toen ik 18 was. Amper droog achter mijn oren, het leven in geschopt. Hup, groot worden, flinke meid zijn en trek je plan. ‘Van hieruit moet je gaan Tim’, neurie je lekker mee, tot het niet meer over Tim gaat, maar over jezelf. Opeens wordt alles anders.

Ik had geen tijd om afscheid te nemen van mijn moeder. Ik legde mijn hand nog wel in de hare. Even dacht ik dat ze kneep, maar misschien wilde ik het zo graag dat ik het mezelf voorloog. Ik bleef achter met niets. Niets…dat had ik me ooit voorgenomen, maar opeens was ik daar niet meer zo zeker van. Was er echt niets? Iets heel kleins misschien? Heel even dan… maar het bleef stil. Rond me en in me. Alles was leeg in niets.

Toen zij, die ik jarenlang als mijn grootmoeder zag ook afscheid van het leven nam, vroeg ik het haar. ‘Laat het me weten. Beloof je dat? Als er na je laatste zucht in dit leven nog iets anders is, laat me dat dan weten.’ Ze keek me indringend aan en fluisterde ‘ik beloof het.’ Daarna kruiste ze haar vingers. Ik glimlachte en wilde de kamer uit gaan, maar bedacht me: ‘zeg maaake… niet zoals in de films he, verstaanbaar. Een echt teken he, zo eentje dat ik als mens ook kan verstaan he.’ Ze glimlachte, knikte en kruiste opnieuw haar vermoeide vingers.

Ik geloofde haar. Zij brak haar woord nooit. Ze kon de dingen soms liever en mooier voorstellen, maar verbloemen is niet liegen. Ik geloofde haar belofte dus. Waarom ook niet.

 Niets… toen en nu nog steeds niets.

Om nu dingen te gaan verzamelen en in een ‘lifecapsule’ te stoppen voor wie achterblijft, er valt wat voor te zeggen. Foto’s, brieven, alles wat je maar digitaal kan bewaren…Het bespaart heel wat zoekwerk achteraf, beantwoord misschien vragen die nu voor altijd blijven hangen, helpt bij het aanvaarden van het verlies. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het geen antwoord geeft om de grote vraag. Is er (n)iets?

Ik weet niet waar mijn kinderen zullen naar zoeken na mijn dood. Ik hoop altijd dat ze me de vragen stellen …nu. Zo, tijdens de vaat of tijdens het sorteren van de vuile was… tenslotte herbergt het leven weinig geheimen als je in liefde samen leeft. Hoe oud was je bij je eerste keer? Waarom is mijn vader mijn vader? Waarom ben je jong getrouwd? Waarom zijn wij met zoveel kinderen? Waarom dit, waarom dat? …vraag maar, ik antwoord wel. En na mijn dood – mag ik dan eindelijk verbrand en verstrooid – genieten van rust en vrijheid en hemels veel ruimte om me heen en verder …niets.

 

http://www.lifecapsule.be


Kip met dragon, citroen en dragon/ appelmoes met kaneel/ gratin met look

Ik ben niet zo’n foodieblogger, maar deze is op vraag, vandaar.

Ingredienten

1 kip

flink wat dragon

1 kilo appels + 4 losse appels

1 citroen

honing

dragon

boter

boter

200 gr suiker

aardappels

stuk parmezaanse kaas

sjalot

melk en room

peper en zout

1 kaneelstokje

wijnazijn

water

 

Kip met dragon

Vul de kip met een in vier gesneden appel, een kwart citroen en een flink pak dragon.

Leg ze in een braadschotel en overgiet de kip met een mengsel van gesmolten boter en honing. (honing met een vleugje eucalyptus geeft het gerecht een extra touch)

De drie ander appels snij je in partjes en schik je met de rest van de citroen rond de kip.

Snipper fijngesneden dragon over de kip.

Bak op 200 graden gedurende  een half uur.

Laat de kip ongeveer een uur rusten.

Voor het opdienen zet je de kip opnieuw een kwartier in een voorverwarmde oven.

 

 

 

Appelmoes met kaneel

Schil een kilo appels (liefs zoete, rode)  en snij ze in dobbelstenen. Voeg 200 gram suiker toe. Een scheutje wijnazijn toevoegen (let op: echt maar een scheutje) en 1 kaneelstokje.

Laat het mengsel langzaam pruttelen tot het moes is geworden. Hou je van gladde appelmoes, zet er dan even de mixer in tot het mousseline is geworden.

Gratin met look

Schil en kook aardappelen tot ze bijna gaar zijn.

Snij de nog net niet doorkookte aardappels in dikke plakken.

Schik in een ringvorm een laagje aardappelplakjes, overgiet met het mengsel*. Leg een paar snippers handgeraspte parmezaan op het geheel en herhaal de drie lagen.

Voor het opdienen

Haal de kip uit de braadslee, ontbeen en schik de billen en borsten op een bord of in een kom.

Haal de appel en de citroen uit de kip en voeg ze samen met het braadvocht en de rest van de appel in een kom. Verwijder de rest van de citroen.

Laat even doorkoken en indien het mengsel te dik is, voeg een beetje water toe. (wijn kan ook natuurlijk, maakt het extra lekker)

Zeef het geheel en hou alleen het vocht over. Laat even inkoken en voeg een klontje boter toe om de saus te doen glanzen.

 

 

tip: koken en eten samen met ‘loved ones, maakt elk gerecht extra lekker.

* snipper een sjalotje en twee teentjes look fijn. Voeg 2 dl room toe en 2 dl melk. Flink kruiden met peper en zout. Goed mengen. Heb je zo’n shaker van Tupperware? Die doet goed dienst om het geheel goed en luchtig te mengen.


Isobetadine gevraagd: sporen op vrijdag

Ik spoor zelden. Sporen tast mijn bijna onmenselijke zin voor orde en netheid aan. Chaos, ik ben pro, maar het moet wel proper blijven. Op de trein zitten ongewassen mensen uit hun bek te stinken. Ze raken met hun bezweette handen handvaten en knopjes aan die ik ook moet aanraken. Sinds de ontsmettende gel in miniformaat op de markt is, mag mijn afwijking stilaan geklasseerd worden, maar ik zal nooit een fan worden van sporen.

Vandaag liet ik me gaan. Ahum! 10,80 euro voor een ritje in een beestenwagen van Haacht naar Brussel Noord. 10,80 euro!!! Om in een vettig en stinkend rijstel heen en weer geschud te worden? De loketbediende keek me over zijn halve bril bedenkelijk aan toen ik ‘pardon?’ vroeg. ‘Zei u 10,80?’ Hij zuchtte: ‘gaat u naar Brussel?’ ‘…euh ja.’ ‘Retour?’ ‘….euh, ja.’ ‘Awel dan is dat 10 euro 80.’

De toon van mijn ‘pardon?’ was hem vast ontgaan of hij  had een ander gevoel voor humor. Hij hoorde in de soort ‘met schoonmoeders, geld, belastingen, seks en de prijs van treintickets mag je niet lachen’. Vast wel.

Sjok sjok van het loket naar het perron, trappen op, trappen af. En geen airco-knopje bij de hand. Jajaja, ik weet het, ik ben een verwende burgertrut.

Interessant aan sporen is ook dat je een perfecte analyse kan maken van het grut dat meereist.

  • man in pak leest De Standaard, aktentas tussen de knieën gekneld. Heeft die jongen echt geen geld om een auto te betalen? Is hij een verdoken groene die milieu boven comfort kiest?
  • Arabische vrouw, gesluierd pulkt aan haar nagels, de afgebeten stukjes spuwt ze op de grond. Als er hier en daar eentje op haar jurk blijft hangen, pitst ze het stukje huid of nagel snel weg. Wanneer ze oogcontact met me maakt, glimlacht ze en knabbelt rustig verder.
  • Een oudere man zit met zijn hand in zijn broekzak over zijn penis te wrijven. Ik vermijd maar oogcontact.
  • Een twintiger met een Harry-Potterbrilletje leest een boek: de geheimen van de magie. Onverstoorbaar, ook wanneer er iemand wil voorbij gaan, laten zijn ogen het blad niet los.
  • Naast me krijgt een man telefoon. Hij ruikt naar wasverzachter. Robijn, denk ik. Ik ben bijna zeker. Robijn is beter dan Soupline. Soupline vermengt zich met lijfgeur en walmt een weeïge geur rond. (ja, ik heb afwijkingen, ik weet het) Hij legt ongegeneerd aan de persoon aan de lijn uit hoe hij een website moet opzoeken. Luid uiteraard en met gebaren. Zich niets aantrekkend van het feit dat er met hem nog 54125425 mensen op de trein zitten. ‘welke foto staat er op het scherm? Misschien zit je op een andere account… Hoe? Geen foto? …helemaal niets? ….ah, ja! Natuurlijk moet je de computer eerst aanzetten!’ Ik hoop stilletjes dat hij niet zijn vrouw aan de lijn heeft maar zijn 112 jaar oude oma of zijn hond. Dan is het logisch dat die niet weten dat je eerst opstart voor je zoekt…

Overstappen, ook nog zoiets. Vanuit dit hol van pluto rijdt er nagenoeg geen enkele trein rechtstreeks waar dan ook naartoe. Overstappen is de boodschap en ofwel heb je net 2 minuten te kort ofwel heb je er 23 teveel. Dan mag je naar een door hotdog-goedkope-ajuin-ruikende hal slenteren om vervolgens weer trappen op trappen af naar een perron te stukkelen.  Er zijn dus echt mensen die aan die pensenkramen staan aan te schuiven en zo’n ding in hun mond steken he. Hoelang zou het geleden zijn dat die bakplaat werd schoongemaakt? Nee, niet denken, niet denken…ik voel braakneigingen opkomen.

Op de hoek staat een man met een blik bier. Het is negen uur ’s ochtends. Voor hem blijkbaar niet of hij houdt van creatieve ontbijten.

Op het perron staat een student aanhoudend naar mijn borsten te staren. Ik kruis ostentatief de armen, hij glimlacht. ‘komaan schat, ik kan je moeder zijn, get another fetish! En nee, ik beantwoord je glimlach niet.

Ik wil een douche, eentje waar zuiver isobetadine uit de kraan komt in plaats van water. Ik heb geen idee hoe mensen dat doen, elke dag op die beestenkar. Ik voel me vies. Ik wil die geur uit mijn neus, ik wil ademen.

He, de meisjes werken al. Ik stommel Brussel Noord binnen. Elk jaar worden ze jonger, magerder. Elk jaar worden hun hokjes guurder. Ik zie een oude man op een raam kloppen. Hij wil ook een creatief ontbijt. Ze draait haar rug, wil hem niet binnenlaten, maar geeft hem wel een blik op haar jonge billen in string.

Oh yeah, de werkdag begint…

Sporen, ik zie geen voordeel, tenzij dan dat je tijd hebt om nog eens een blogje te plegen. Dat moeten we dan ook weer toegeven, nadat ik mijn klavier ontsmet heb, wel te verstaan.


Bailarina

Met twaalf vond haar vader haar oud genoeg. Ze verhuisde. Zeven kilometer verderop zou ze voor de koeien, de schapen en de geiten van haar grootvader gaan zorgen, en voor diens huishouden. De zorg voor haar zieke grootmoeder was vanzelfsprekend meteen ook haar taak. Ze kon lezen, een beetje schrijven en eenvoudige optelsommen maken. Meer had een meisje niet nodig. Ze wist hoe je groenten moest inmaken, vlees pekelen en ze kon een dier slachten zonder het te doen lijden. Ze kon koude voeten warm wrijven en het oude, pijnlijke lijf van haar norse grootmoeder elke week van boven tot onder soppen. Ze was een vrouw. Haar vader besliste dat zo.

De dag van haar vertrek werd ze uit moeders schoot gerukt en los gesneden van haar vier broertjes en zusjes. Huilen was geen optie. ‘Ik herinner me dat mijn moeder zich omdraaide om haar tranen niet te tonen. Ik streelde haar rug, maar mijn vader trok me aan mijn arm op de kar. De paarden werden ongeduldig. Mijn broertjes waren alweer aan het ravotten, mijn zusje, ze was amper acht, plooide haar schort voor haar rok. Zij nam mijn taak in het huishouden bij mijn moeder over. Tussen mijn twaalf en mijn twintig heb ik hen misschien nog drie keer gezien. Tijd voor familie was er niet. Er moest gewerkt worden. Het land bewerkt zichzelf niet.’ Ze houdt haar kin omhoog en trekt een honende lach. Ze spot met haar eigen kinderverdriet en balt in haar schoot haar vuisten. Het is pas wanneer ik mijn arm om haar schouder leg en mijn mond tegen haar voorhoofd dat ze snikt. Een dikke pijnlijke snik die ze meteen weer wegwuift.

‘Verstrooiing was er niet’, zucht ze. ‘Er was geen tijd voor vermaak en dat was hard, want ik ben geboren met een hart dat zingt en danst.’ De leraar die de dorpen langsreed om de kinderen af en toe een uurtje te onderwijzen merkte haar creatieve geest op. Hij gaf haar naam door aan een gitano. ‘Die tijd waren we niet bang van de gitanos, dat kwam pas veel later. Toen de honger in de buiken begon te snijden, plunderden ze onze velden en soms namen ze ook wel eens een kind mee. Eén mond extra om te voeden, maar twee handen extra om te werken en te stelen. Zo ging dat toen…’ ze staart voor zich uit.

‘Antonio kon prachtig gitaar spelen.’ Ze glimlacht. ‘Hij kwam me eens per maand ophalen. De eerste keer wist ik niet wat er zou gebeuren. Ik kroop vanachter op zijn kar en zocht me een plekje tussen de andere kinderen. Sommigen waren nog jonger dan ik, maar er was ook een ouder meisje. Ze ontfermde zich over de kleintjes die vaak in slaap dommelde onderweg.’

‘Het podium was van sterk hout.’ Tak tak tak, tak tak tak, ze klapt in haar handen, haar voeten schuifelen heen en weer onder haar stoel. ‘Ik leerde snel. De eerste avond mocht ik kijken, maar vanaf de tweede keer danste ik mee. Ik had sterke benen, mijn handen kronkelden sneller en heviger dan alle anderen. Antonio had snel door hoe goed ik was.’ Haar ogen glanzen. Ze kijkt voor zich uit, maar ziet een ver verleden. ‘Mijn stem is nu kapot, maar vroeger kon ik langer en luider zingen dan welke professionele flamencozangers dan ook. Van ver kwamen ze naar me kijken. Eén keer traden we op in het dorp van mijn ouders. Ik reed voorbij mijn huis, wilde me met mijn blik vasthaken aan de deur, mijn moeder roepen met mijn verlangen, maar ik zag niemand. Ze kwamen niet kijken, niet luisteren, niet dansen. Ze hadden vast werk te doen, ik weet het wel zeker… ik weet het wel zeker.’

Ze draagt veel meer mee dan ze vertelt. Ze trouwde jong, te jong, baarde kinderen, werkte op het veld, behaagde haar man tot ook hij zijn hoofd legde. Ze bleef achter, ging verder, verdroeg alles. ‘Dat lijf’ zegt ze trots, ‘ dat lijf is maar een lijf. Ik werk, ik knik en ik ga door, maar mijn ziel zingt en danst en daar kan niemand aan.’

Ik beloof haar snel terug te komen. Ze knikt. ‘Speel je dan voor mij?’ ik schrik dat ik de vraag durfde stellen. Ze lacht. ‘ja, dan speel ik voor jou. Ze wuift met haar hand dat ik weg moet. ‘Trekken aan de deur als je buitengaat. Hard trekken.’


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.385 other followers